Pro Life
You can click at the top right on "Select Language" to select your language - U kunt rechtsboven klikken op "Select Language" voor uw eigen taal
< Terug

DO023 De Bijbel. Hoe oordeelt de geschiedenis erover - Aflevering 11: Boeken in de canon van de Bijbel

De Bijbel, het belangrijkste en populairste boek uit de menselijke geschiedenis. Essentieel in het judaïsme, christendom en de islam. Is het betrouwbaar? Vertrouwt u het en zou u het moeten vertrouwen? Doe mee met deze rondleiding door het Brits Museum en de Britse Bibliotheek met Sasan Tavassoli en Jay Smith in "De Bijbel, het hoe oordeelt de geschiedenis erover", Aflevering  11: Boeken in de canon van de Bijbel.

Introductie

Ook in deze nieuwe aflevering over het Brits Museum en de Bijbel heet Dr. Tavassoli ons weer welkom. Hij hoopt dat de serie ons nog steeds bevalt en hij nodigt ons uit om met hem verder te praten met Dr. Jay Smith over geschiedenis en de Bijbel.

Introductie

Ook in deze nieuwe aflevering over het Brits Museum en de Bijbel heet Dr. Tavassoli ons weer welkom. Hij hoopt dat de serie ons nog steeds bevalt en hij nodigt ons uit om met hem verder te praten met Dr. Jay Smith over geschiedenis en de Bijbel.

Samenvatting

Ontbrekende tekst in oudere manuscripten lijkt op corruptie van de Bijbeltekst! Op vier plekken in het Nieuwe Testament (ruwweg 40 verzen) zijn inderdaad enige verzen onzeker. Het probleem zit in de King James Bijbel die in 1611 vertaald was. Koning Jacobus (James) van Engeland gaf in 1604 opdracht tot een geünificeerde naslagcodex, een naslagtekst in de Engelse taal. Je had de Wycliffe- en de Tyndale-Bijbel die soms controversiële vertaalmethoden gebruikten. De onzekerheid ontstond later toen oudere manuscripten werden gevonden waarin de 40 verzen ontbreken.

De bekendste is 1 Johannes 5, wat een later toegevoegde trinitaire formule blijkt te zijn. De King James vertalers konden dat nog niet weten. Maar nu zijn betwiste teksten verwijderd of gemerkt. Behalve nog in de King James.

Dat is jammer, want moslims wijzen er met graagte op. Bovendien is 1 Johannes 5 niet nodig voor drie-eenheid mocht dat een reden zijn om te laten staan. Lees bijvoorbeeld de doopopdracht in Matteüs 28:19-20.

Hoe kwamen de 66 boeken in het Oude en Nieuwe Testament, 39 in het Oude, 27 in het Nieuwe en waarom kwamen de apocriefen niet in de canon? De diaspora was aanzet tot vastlegging van de canon van het Oude Testament. Nageslacht van de verdreven Joden moest weten welke boeken ze mee moesten nemen. In ongeveer 80 n.Chr. werd in Jamnia vastgelegd wat de traditie was.

Ketterijen (zoals van Arius) vormden de aanzet tot de vastlegging van de canon van het Nieuwe Testament. Ook zijn er betrouwbare apocriefen die toch niet in canon kwamen. Was iedereen het daarover eens? Ja, er waren heldere regels en geen macht of willekeur.

Recent waren er weer aanvallen op de canon (bijv. Dan Brown) met de bewering dat er recent ontdekte apocriefen zijn die de Bijbel weerleggen. Maar deze zijn er niet. Alle apocriefen zijn vanaf hun ontstaan bekend. Oudheid is een prima ijkpunt voor betrouwbaarheid van een geschrift. Zo is ook het Evangelie van Barnabas te laat geschreven, gaat het tegen Bijbel in en zit het vol met geografische en historische fouten. Dit Evangelie van Barnabas is een mooi voorbeeld van terugredactie. De typische fouten erin zijn prima geschikt om apocriefen te dateren.

Corruptie van de Bijbeltekst!

Dr. Sasan Tavassoli begint met een vraag aan Dr. Jay Smith. Jay Smith heeft ons laten zien dat we geweldige manuscriptbewijzen hebben voor de Bijbel. Erg veel kopieën van het Nieuwe Testament en dat wereldwijd. Maar als we naar de diverse moderne Bijbelvertalingen kijken, dan zien we dat heel belangrijke verzen of gedeelten zijn toegevoegd aan de Bijbel die we nu in onze handen houden. Bepaalde gedeeltes uit het Nieuwe Testament blijken in oudere vertalingen van de Engelse Bijbel bijvoorbeeld opeens niet meer voor te komen. In de nieuwere vertalingen worden zulke passages ook niet meer opgenomen. Of de voetnoten van die nieuwe versies zeggen: Deze zinnen komen niet voor in de oudste Bijbelmanuscripten.

De vraag van Tavassoli is duidelijk; is dat niet een bewijs dat er met de Bijbel geknoeid is?

Jay Smith vindt het een geweldige vraag. Het is erg belangrijk om daar wat over te zeggen. Eigenlijk hebben we het nu over de oprechtheid van die vertalingen. Dubieuze gedeelte werden altijd al tussen strepen of vierkante haakjes gezet, of cursief gedrukt.

Om welke verzen gaat het?

Het gaat om vier plekken in het Nieuwe Testament waarvan de tekst onzeker is:

  1. Het gaat om drie verzen in Mattheüs, namelijk Mattheüs 17:21 (over bidden en vasten), Mattheüs 18:11 (over de Zoon des Mensen die is gekomen om zalig te maken dat verloren was) en Mattheüs 23:14 (over het wee over de voorgangers die de huizen van weduwen opeten). In de New International Version (NIV), de New American Standard Bible (NASB) en in de Nederlandse NBV en GNB komen die verzen niet eens voor. Daarin gaat vers 20 over op vers 22. We vinden daarin geen vers 21. Ze hebben het al eerder weggelaten.
  2. Als we kijken bij Markus 16:9-20, het laatste gedeelte van Markus (over de verschijningen en de hemelvaart) zien we dat gedeelte ook tussen strepen, vierkante haken, of cursief gedrukt staan, omdat ook die verzen niet voorkomen in de oudste manuscripten.
  3. Ook in het Bijbelboek Johannes zijn wat onzekerheden. Johannes 7:53 tot met 8:11 (over de vrouw betrapt op overspel) wordt niet gevonden in de oudste manuscripten.

Johannes 5:4 komt eveneens niet voor in oude manuscripten (waar een engel het water bewoog en de eerste die in het bad ging genezen werd).

  1. De meest controversiële zijn 1 Johannes 5:7 en 8 (over de Drie die er in de hemel zijn om te getuigen).

Over deze vier plekken in het Nieuwe Testament hebben we het, de enige verzen die onzeker zijn. Het gaat om ruwweg 40 verzen. Hoe zit dat nou precies?

De King James Bijbel

Wel, de Engelse King James Bijbel is het probleem. Laten we er in de Britse Bibliotheek maar naar kijken. De originele, in 1611 vertaalde King James Bijbel ligt daar in de Ritblat zaal onder een vitrine. Jay Smith nodigt ons daarom uit voor weer een uitstapje naar de Britse Bibliotheek.

In de prachtige Ritblat zaal in de Britse Bibliotheek neemt Smith ons mee naar de vitrine met daarin de originele King James Bijbel. Vanaf de 13e eeuw werd de Bijbel vertaald in diverse populaire talen. Van de Engelse Bijbel zijn er een paar vroege vertalingen bewaard, waaronder de Wycliffe-vertaling die Jay Smith ons hier ook laat zien. Dit manuscript werd geschreven en vertaald rond 1420. Maar vroege Engelse vertalingen stemden niet exact met elkaar overeen. Het was belangrijk om een geünificeerde vertaling te maken. Die opdracht kwam van koning Jacobus (James) in 1604. De geünificeerde vertaling begon in 1604 en werd in 1611 afgerond. Smith toont ons de kopie van de tekst uit 1611 wat de officiële versie werd van de Engelse vertaling. Deze versie gaan we nu bespreken.

Terug in de Westminster Chapel opent Jay Smith het gesprek over de King James Bijbel uit 1611. En 1611 n.Chr. is wel erg laat, nietwaar? Het gaat om het begin van de 17e eeuw. Koning Jacobus wilde toen een geünificeerde naslagcodex, een naslagtekst in de Engelse taal. Je had de Wycliffe- en de Tyndale-Bijbel die soms controversiële vertaalmethoden gebruikten en dat beviel de koning niet. Hij wilde daarom een geünificeerde, officiële versie in het Engels.

Nog geen vroege manuscripten

Zij hadden toen echter erg weinig manuscripten, zowel in het Hebreeuws als het Grieks om als bronmateriaal te gebruiken. Het lag voor de hand dat er verschillende uitgaven zouden komen. De geleerden die vertaalden voor de koning beschikten alleen over manuscripten uit de 9e tot en met de 12e eeuw. Ze beschikten niet over de veel oudere manuscripten zoals de Sinaïticus, de Alexandrinus, de Bodmer papyrys, de Chester Beatty manuscripten of de John Rylands manuscripten, want deze werden allemaal pas gevonden gedurende de 17e en 18e eeuw. Deze werden later ontdekt, terwijl het veel vroegere manuscripten zijn en daarmee veel betrouwbaarder. Na de 18e , 19e en ook nog de 20e eeuw, werden al die manuscripten ontdekt. We beschikken nu alleen al over 230 manuscripten vanaf de 6e eeuw en jonger. Als we nu naar die vroege manuscripten kijken, dan zien we dat die betwiste 40 verzen waar we het net over hadden, niet worden aangetroffen. Daarom hebben de NIV, NASB, de nieuwere versies in de Engelse taal deze verzen een speciale tekstopmaak en commentaar gegeven, zodat iedereen kan weten dat deze verzen niet voorkomen in de vroegste manuscripten.

Maar waarom laten we ze er dan in als we weten dat ze pas veel later verschijnen? Het antwoord is omdat er in die 40 verzen niets nieuws gevonden wordt. Het gaat niet om nieuwe doctrines. En omwille van de traditie laten we ze erin staan. De speciale opmaak is er dus om de lezer te waarschuwen dat deze verzen geen deel uitmaken van de oorspronkelijke tekst.

1 Johannes 5: toegevoegde trinitaire formule

Alleen 1 Johannes 5:7-8 is een probleem benadrukt Smith. De moslims wijzen ons altijd op dat gedeelte. Volgens Jay Smith hebben ze ook het recht daartoe. Want de King James Bijbel is volgens Jay Smith het probleem. Die werd in 1611 geschreven toen er maar weinig manuscripten beschikbaar waren. In 1611 hadden ze manuscripten uit de 9e tot en met de 12e eeuw. De vroegere manuscripten – de Sinaïticus, de Alexandrinus, de Bodmer papyrus, de John Rylands manuscripten, de Chester Beatty manuscripten – werden pas later in de 17e en 18e eeuw ontdekt. Laat in de 17e eeuw, terwijl 1611 vroeg 17e eeuw is. De meest betrouwbare manuscripten hadden ze daarom nog niet in hun bibliotheken.

In de latere manuscripten zien we dat 1 Johannes 5:7 zegt: 'Want drie zijn er, die getuigen in de hemel, de Vader, het Woord, en de Heilige Geest.'

De bekende trinitaire formule. De vroegere manuscripten wijken daarvan af, de Sinaïticus en de Alexandrinus inbegrepen, en spreken over de Geest, het water en het bloed. Dus iemand heeft duidelijk de trinitaire formule toegevoegd aan die verzen ergens tussen de 9e en 12e eeuw. Iemand dacht wellicht dat deze plek een mooie gelegenheid bood om de trinitaire formule toe te voegen. Hij zette er in de kantlijn echter niet bij dat het zijn eigen werk was. De King James vertalers gingen er daarom van uit dat dit bij de geïnspireerde tekst van de Bijbel hoorde. Wij weten nu dat dit niet zo is, maar in 1611 konden ze dat nog niet weten. Het gaat om een vertaalfout. Jay Smith benadrukt dat we dat gewoon moeten toegeven. Christenen en evangelisten die met moslims te maken hebben en willen verdedigen dat de Bijbel betrouwbaar overgeleverd is, moeten daarom altijd teruggrijpen op de vroegste manuscripten. Want die staan het dichtst bij de beschreven gebeurtenissen en zijn daarom gezaghebbender. Alle vroegste manuscripten spreken over de Geest, het water en het bloed.

1 Johannes 5 niet nodig voor drie-eenheid

We hebben 1 Johannes 5:7 bovendien niet nodig voor de trinitaire formule. Smith wijst ons op Matteüs 28:19-20:

'Maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes.'

We hebben dus 1 Johannes 5:7 niet nodig om de trinitaire formule te vinden. Er zijn meerdere plekken om deze te staven. Als we als christenen een vertaalfout tegenkomen, dan moeten we het eerlijk toegeven en corrigeren. De NIB, de NASB en de andere moderne vertalingen gebruiken nu de oorspronkelijke tekst en hebben deze latere invoeging weggelaten. Alleen de King James Bijbel houdt vast aan deze fout. En in het Nederlands de Statenvertaling en de NBG trouwens ook. ‘Corrigeerde de KJV-commissie die fout in de King James Version maar!’, roept Jay Smith uit. Hij heeft ook geen idee waarom ze dat niet doen. Maar het blijft zo een steeds terugkerend probleem voor wie met moslims werkt, want die wijzen daar met graagte naar natuurlijk.

Juiste selectie voor de canon?

‘We hebben nu vanaf de 6e aflevering van deze serie het manuscriptbewijs voor het Nieuwe Testament ruim besproken.’, zegt Sasan Tavassoli. Jay Smith heeft ons ervan overtuigd dat de integriteit van de tekst van onze Bijbel te vertrouwen is. Met name het Nieuwe Testament waar we het nu over hebben.

Maar er doet zich vaak nog een andere vraag voor: hoe weten we dat de brieven die geselecteerd werden voor het Nieuwe Testament, de brieven in de canon, de brieven zijn die daar ook in zouden moeten staan? Hoe weten we of ze toen de juiste brieven voor de canon hebben geselecteerd?

‘Deze vraag wordt heel cruciaal’ wijst Tavassoli ons op, want in de Britse Bibliotheek liet Smith ons de codex Sinaiticus zien en u zei toen dat er nog twee brieven in de Sinaiticus zijn opgenomen (Herder van Hermas en Brief van Barnabas), die nu geen deel uitmaken van onze Bijbel. We kunnen dat zien in de Britse Bibliotheek. Tavassoli vraagt Smith daarom ons iets meer over de canon van het Nieuwe Testament te vertellen.

Jay Smith beaamt dat dit ook een belangrijke kwestie is. Er bestaan zoveel boeken die graag deel van de canon uit willen maken, dus waarom deze 66 boeken? Er staan 66 boeken in het Oude en Nieuwe Testament, 39 in het Oude, 27 in het Nieuwe. Die gebruiken de protestanten als hun canon. De Joden hebben 24 boeken, omdat ze bijvoorbeeld 1 en 2 Kronieken en 1 en 2 Koningen hebben samengevoegd. Wij doen het iets anders, maar het gaat om exact hetzelfde materiaal wat betreft het Oude Testament.

Hoe zijn we tot die canon gekomen? Laten we het Oude en het Nieuwe Testament scheiden en een voor een behandelen. De canon van het Oude Testament is samengesteld tussen 300 en 150 v.Chr. Er was geen synode en geen speciaal comité die dit als afgevaardigden beslisten. Dit waren de boeken die altijd aanvaard waren door de Hebreeuwse geleerden en door de Joodse tradities als deel uitmakend van de canon.

De apocriefen

De enige twijfelgevallen zijn de dertien apocriefe boeken, geschreven tussen 400 v.Chr. en de eerste eeuw na Christus. Dit zijn inter-testamentaire boeken. Boeken tussen het Oude en het Nieuwe Testament in.

Jay Smith somt ze voor ons op:

  1. Het boek Ecclesiasticus (Jezus Sirach),
  2. Het boek 3 Ezra,
  3. Het boek 4 Ezra,
  4. Het boek van Tobias (of Tobit), misschien wel het belangrijkste apocriefe boek omdat de Rooms Katholieke Kerk dat boek graag gebruikt. Je vind daarin namelijk grond voor de theologie van het vagevuur en voor de praktijk van de verkoop van aflaten die in de Middeleeuwen gebruikt werden om geld los te krijgen van de adel. Tobias maakt ook deel uit van de apocriefe boeken gedurende de intertestamentaire periode.
  5. Het boek van Judith,
  6. Het Gebed van Manasse,
  7. Het boek 1 Makkabeeën,
  8. Het boek 2 Makkabeeën. Er zijn ook nog de boeken 3 en 4, maar het gaat vooral om 1 en 2, de oorlogen door de Makkabeeën broeders gedurende de intertestamentaire tijd.
  9. Toevoegingen aan het boek Esther,
  10. De Wijsheid van Salomo (Boek der Wijsheid),
  11. Baruch,
  12. Bel en de draak (Daniël 13),
  13. Het Gezang in de vuuroven (in Daniël 3).

Dat zijn de dertien boeken die als de apocriefe boeken gelden. Ze maken geen deel uit van de canon. Waarom niet? Er zijn een paar criteria:

  1. Historische of geografische fouten
  2. Valse doctrines, vooral het boek Tobias.
  3. Slecht geschreven, direct te zien dat de schrijver niet geletterd is
  4. Geen profetische kracht.

De apocriefe boeken zijn niet treffend en gevoelsmatig ontbreekt er iets. Ze zijn dan ook nooit geaccepteerd door de Joden als deel uitmakend van de oudtestamentische canon.

Diaspora aanzet vastlegging canon Oude Testament

In de eerste eeuw na Christus, toen Jeruzalem werd verwoest in 70 n.Chr. door de Romeinen, werden de Joden verdreven uit de stad en de diaspora was het gevolg.

Omdat ze hun boeken met zich mee moesten nemen werd voor eens en altijd bepaald welke boeken van God kwamen. Er werd een synode georganiseerd in Jamnia in 90 n.Chr. Sommigen denken 80 n.Chr., maar 90 n.Chr. is vermoedelijk juist. Er werd daar door alle vertegenwoordigers vastgelegd welke 24 boeken in de Hebreeuwse canon werden opgenomen. In ons geval zijn dat 39 boeken. Tot op de dag van vandaag twijfelt niemand daaraan.

In de 16e eeuw, tijdens de Reformatie, besloot de katholieke kerk echter om die dertien apocriefe boeken aan hun canon toe te voegen omdat ze Tobias nodig hadden als wapen tegen hervormers als Luther en Calvijn. Ook nu nog maken deze apocriefen deel uit van de katholieke canon, maar niet van onze canon.

Tavassoli vraagt of de Bijbel van de Joden, het Oude Testament dus, qua inhoud exact overeen komt met onze Bijbel. Dat beaamt Smit. De indeling is alleen anders. Zij eindigen met Kronieken, wij met Maleachi. Wij hebben het Oude Testament chronologisch gerangschikt. Zo stappen wij ook in chronologisch verloop door het Brits Museum, maar in het museum zelf staat alles door elkaar. Daarom moeten wij ook van kamer naar kamer en van verdieping naar verdieping springen om de chronologische volgorde te blijven volgen. Het gaat ons om de opeenvolging, ook die van het Oude Testament te blijven volgen. De Joden geven daar niks om. Zij gebruiken de volgorde zoals zij die gewend zijn en daarom is er een andere volgorde. De inhoud is echter dezelfde.

Ketterijen aanzet vastlegging canon Nieuwe Testament

‘Maar hoe zit het met het Nieuwe Testament?’ vraagt Sasan Tavassoli. Daar zijn de meeste beschuldigingen op gericht. Veel moslims vragen waarom ze onze geschriften zouden vertrouwen. Zijn de juiste brieven wel opgenomen? Hoe zit het met het Evangelie van Barnabas? Hoe zit het met de latere gnostische geschriften, het Evangelie van Thomas? Het Evangelie van Judas? Laten we ze allemaal bespreken.

De canon van het Nieuwe Testament is eigenlijk een verkeerde naam. Er is geen canon, die volgens moslims op gang zou zijn gebracht onder de bescherming van Constantijn. Keizer Constantijn werd christen in de 4e eeuw en besloot het concilie van Nicea in 325 n.Chr. bijeen te roepen. Moslims geloven onterecht dat toen de canon werd samengesteld. Historisch gezien klopt daar niks van. Hoe komen de moslims erbij dat Constantijn het concilie 200 brieven aanreikte om daaruit te kunnen nemen wat ze maar wilden? Op dat concilie werd de canon helemaal niet besproken.

Ze spraken over iets waar moslims zich beter druk over kunnen maken, namelijk de ketterij van Arius. Het idee dat Jezus mens was en geen God. Athanasius moest daarmee afrekenen in aanwezigheid van Arius zelf, die geloofde dat Jezus slechts een mens was, net als de moslims. Daar ging het in 325 n.Chr. om. Om dat te bespreken hadden ze de toenmalige Bijbel voor zich, die bestond uit de 27 brieven die nog steeds deel uitmaken van de canon.

Wanneer en hoe?

Wanneer kwamen ze tot de conclusie om deze 27 boeken te kiezen?

Er waren regels vastgesteld die aangaven waarom ze gekozen waren. In de 4e eeuw werden ze uiteindelijk gekozen. Of beter, toen werd vastgelegd wat de praktijk was. Voor die tijd was er geen reden om die 27 brieven op te nemen in een canon omdat iedereen ze al erkende en zo ook gebruikte. Maar er gebeurden dingen die zo’n canon noodzakelijk maakten. In 140 n.Chr. stelde Marcion van Synope bijvoorbeeld zijn eigen canon samen. Die bestond uit slechts 10 brieven van Paulus en het Evangelie van Lukas. Al het andere verwierp hij.

En in 303 n.Chr. werd het edict van Diocletianus verordonneerd om alle christelijke, heilige boeken te verbranden, waarop vele duizenden manuscripten vernietigd werden. Het gevolg was dat er iets gedaan moest worden om de authentieke boeken te behouden.

Ze gebruikten vijf criteria om de 27 brieven te kiezen.

  1. De eerste regel die van toepassing was betrof het auteurschap. Werd de brief geschreven door een profeet, apostel of afgevaardigde van God? Het eerste criterium. Werd de auteur door de kerk als apostel erkend?
  2. Ten tweede moest die apostel iets gedaan hebben dat bewees dat hij betrouwbaar was, zoals een wonder of een profetie, een handeling, die bewees dat hij dat ambt had.
  3. De derde vraag was of de boodschap van de brief de waarheid over God vertelt. Is het niet in tegenspraak met de rest? Als er ook maar enige twijfel bestond, ging het geschrift eruit. Een canoniek boek mocht het voorgaande dus in niets tegenspreken, want God spreekt Zichzelf nooit tegen.
  4. Vervolgens was ten vierde de vraag of het geschrift de kracht van God had. Verandert de brief levens? Dat was absoluut belangrijk. Het moest al in gebruik zijn door de kerk en invloed uitoefenen op de kerk.
  5. Het vijfde criterium was of de brief aanvaard werd door de hele kerk en door de vroegchristelijke kerkvaders. Daarom is het zo belangrijk dat we naar de citaten van de kerkvaders kijken. En deze blijken categorisch te citeren uit deze 27 brieven. De andere niet-canonieke brieven en geschriften citeerden ze wel eens uit, maar alleen maar om te laten zien dat ze afweken van de rest en dat ze daarom onbetrouwbaar waren.

Zo weten we dat de canon vanaf de eerste eeuw bestaan heeft. Alleen noemden ze het niet 'de canon'. Ze hadden er geen officiële lijst van. Maar de hele kerk erkende en gebruikte die brieven.

Pas toen de canon in twijfel werd getrokken, moest de kerk de canon officieel bekrachtigen in de 4e eeuw tijdens het Concilie van Hippo en van Carthago in respectievelijk 393 en 397 n.Chr.

In die steden vonden de concilies plaats. Ook sprak Athanasius in 367 n.Chr in een lijst over de 27 brieven. In de 4e eeuw werd de canon bevestigd zoals die altijd al gebruikt werd.

Betrouwbare apocriefen, maar niet in canon

Maar hoe zit het dan met die brieven die buiten de canon gehouden werden?

We kunnen ze in twee categorieën verdelen. Als eerste de ronduit apocriefe geschriften, waarbij het overduidelijk gaat om dwaalleren die ingaan tegen de canonieke boeken, zoals het Evangelie van Barnabas. Dat 'evangelie' bestond niet eens in die tijd. Smith somt de apocriefe  brieven voor ons op. Het Evangelie van de Hebreeën, de brief van Pseudo-Barnabas. Een brief aan de Korintiërs, de zeven brieven van Ignatius. De Didache, het onderwijs van de twaalf. En de brief van Polycarpus aan de Filippenzen. Sommigen waren duidelijk apocrief, anderen waren op zich wel betrouwbaar. Zoals bijvoorbeeld de Herder van Hermas die Sasan Tavassoli net noemde en die we aantroffen aan het einde van de Sinaïticus, samen met de brief van Barnabas. Beide werden als betrouwbaar beschouwd. De inhoud kwam dus overeen met de canonieke tekst. Wat miste was het apostolisch auteurschap. De kerk aanvaardde ze niet als canoniek, maar wel als betrouwbaar.

We doen dat vandaag ook. Er zijn commentaren en boeken die we voortdurend lezen. Boeken uit de boekhandel die mensen lezen en die als betrouwbaar en belangrijk worden beschouwd, maar die we geenszins aanvaarden als canoniek. De kerk vond ze opbouwend en zei dat het goed was om ze te lezen, dat het goed was voor je geestelijke groei, maar nooit dat het Gods Woord was. Het zijn hulpmiddelen zoals de tweede brief van Clemens. De Apocalyps van Petrus. De Handelingen van Paulus en Thecla. De brief aan de Laodiceeën. Sommige zijn historisch en best goed, net als oudtestamentische apocriefen als 1 en 2 Makkabeeën die we al eerder noemden. De Makkabeeën zijn waarschijnlijk de beste geschiedenisverslagen uit die tijd. Niemand zegt dat ze het lezen niet waard zijn. Ze geven ons juist inzicht in die tijdsperiode, maar wat we niet kunnen zeggen is dat ze zijn geïnspireerd. Ze missen de betekenis van de canonieke boeken.

Eensgezindheid over de canon

Tavassoli werpt de vraag in het midden of er geen onenigheid bestond over sommige brieven die we vinden in onze nieuwtestamentische canon, zoals Openbaring? Was er geen onenigheid onder kerkvaders en kerkleiders? Hadden bepaalde kerken niet problemen met bepaalde brieven? Zo is bekend dat bij Hebreeën en Openbaring vraagtekens werden gezet omdat het auteurschap onbekend was, vooral van Hebreeën.

Jay Smith zegt dat het vrij zeker is dat Johannes Openbaring schreef. Tijdens de Reformatie was er bijvoorbeeld het probleem dat Luther niet hield van de brief van Jacobus, omdat er volgens hem teveel nadruk lag op het belang van werken in plaats van geloof. Maar er werd nooit getwijfeld of deze boeken wel canoniek waren. Met Hebreeën en Openbaring was de enige vraag wie de auteur was. Niets meer, niets minder.

Recente aanvallen op de canon

Er zijn meer recente geschriften in het nieuws gekomen, die sommigen graag in de canon zagen opgenomen. Geschriften zoals het Evangelie van Thomas, het Evangelie van Barnabas, of het Evangelie van Judas.

Judas was recent in het nieuws. Het stond onlangs in 2006 zelfs voorop de cover van National Geographic en er werd zelfs een documentaire van gemaakt. Er was veel kletspraat omheen in de media. Apocriefe geschriften zoals dit ‘recent’ ontdekte Evangelie van Judas zouden erg belangrijk zijn, maar de kerk zou het allemaal onderdrukken omdat de boodschap van Judas ze niet beviel. De Da Vinci Code is een zeer populaire film geworden over dat thema en als boek een bestseller. ‘Kijk eens naar de inhoud van dat boek’, zegt Jay Smith. Dan Brown gebruikt alleen maar deze niet-canonieke, apocriefe geschriften voor zijn verhaal. Geschriften die allemaal geschreven zijn laat in de 2e en 3e eeuw. Niet één ervan is geschreven in de 1e eeuw. Ze werden ook nooit geaccepteerd in de canon. Dan Brown gebruikt de verkeerde boeken. Boeken waar de canonieke schrijvers juist voor waarschuwden.

De Johannesbrief is in wezen een polemiek, een waarschuwing tegen dergelijke apocriefe geschriften. Het Evangelie van Judas werd populair gemaakt door National Geographic. Er werd veel over gepraat en in 2006 werd er dus zelfs een documentaire van gemaakt. Als Bijbelgeleerde vertelt Dr. Jay Smith dat christenen lachen om het Evangelie van Judas als hen om hun mening daarover gevraagd wordt. We weten heel veel van dat 'evangelie'.

National Geographic had zijn huiswerk beter moeten maken als ze werkelijk een betrouwbare documentaire wilden maken. De kerkvader Ireneüs uit 180 n.Chr., achterin de 2e eeuw, schrijft dan al categorisch dat het Evangelie van Judas niet geschreven kan zijn door Judas, omdat Judas stierf op de dag dat Jezus stierf. Ireneüs schreef dit in 180 n.Chr., de tijd toen dit ‘evangelie’ op de markt kwam. Zolang leefde Judas dus niet, dus moet een ander het geschreven hebben.

Er zijn geen recent ontdekte apocriefen

Hoewel Dan Brown dus doet alsof het Evangelie van Judas net ontdekt was, wist de kerk al vanaf het begin van het bestaan van dit ‘evangelie’. En ook wist de kerk heel goed waarom het apocrief was. Zo weet de gemeenschap van Bijbelgeleerden allang dat Dan Brown een spannend boek schreef en er een dito film van maakte, maar dat National Geographic wetenschappelijk gezien een flater sloeg met de documentaire die ze er van maakten.

Al deze apocriefe geschriften zijn al vanaf hun ontstaan bekend bij de kerk. Zo ook het Evangelie van Thomas dat het 'Jesus Seminar' (een erg Bijbelkritisch genootschap) graag claimt als een betrouwbaar Evangelie. Dr. Jay Smith is duidelijk: ‘Kijk naar dat 'evangelie' en je ziet dat het om een klassiek gnostisch geschrift gaat. Niets meer, niets minder.’ Het Thomas Evangelie is absoluut in tegenspraak met de canonieke Evangeliën. Het gelooft bijvoorbeeld niet dat het God was aan het kruis, omdat God niet kan sterven. Het accepteert dus niet dat Jezus God is. Je kunt begrijpen waarom moslims dat geweldig vinden.

Oudheid is prima ijkpunt voor betrouwbaarheid

Jay Smith gaat met ons naar een helder ijkpunt van de betrouwbaarheid van dit Thomas Evangelie. Kijk maar wanneer het werd geschreven. Zoek altijd naar het vroegste manuscript. En dat is leuk, want die zijn hier in Londen, in de Britse Bibliotheek. Jay Smith nodigt ons dan ook mee naar de bibliotheek voor ons zoveelste uitstapje.  

In de Britse Bibliotheek toont Jay Smith ons een fragment van het Evangelie van Thomas. In de vitrine zien we een aantal broze papyrusfragmenten liggen. Smith legt nog eens uit dat men in de eerste vier eeuwen alleen papyrus als schrijfmateriaal gebruikte. De bladeren van de papyrusplant werden gedroogd, op elkaar gelegd en aangestampt zodat er een soort boekrol ontstond. Maar papyrus valt snel uiteen en gaat hooguit 200 jaar mee. Zelfs onder het glas van de vitrine is duidelijk te zien hoe fragiel deze papyrusfragmenten zijn. Als je het vast zou pakken, zou het helemaal uiteenvallen.

Jay Smith toont ons een papyrussnipper van het Evangelie van Thomas, een gnostisch, apocrief geschrift uit de 3e eeuw, dat geen deel uitmaakt van de canon. Die datum is erg belangrijk. In dezelfde vitrine ligt een fragment uit Genesis in oud-Latijns schrift dat dateert van de 5e eeuw. De broosheid van deze snippers zijn goede voorbeelden van de problemen die we hebben als het gaat om originele manuscripten. Er zijn geen complete manuscripten van voor de 4e eeuw. Van vroegere kopieën van de canonieke tekst hebben we alleen fragmenten zoals hier in deze vitrine.

Terug in de Westminster Chapel legt Jay Smith nog eens uit dat het Thomas-fragment veel te laat is om een canonieke tekst te kunnen zijn. Dan hadden er ook fragmenten moeten zijn van veel eerder datum. Het is bovendien volledig in tegenspraak met de eerdere Evangeliën en met de boodschap van het hele Nieuwe Testament en met een groot deel van het Oude Testament. Het is daarom ook nooit aanvaard als een canoniek geschrift.

Evangelie van Barnabas?

Meer omstreden is het Evangelie van Barnabas. Sasan Tavassoli springt hier meteen op in. Hij vindt dat het erg verwarrend kan zijn, omdat er ook de brief van Barnabas bestaat die achterin de Sinaïticus staat. Vrienden van hem verwarren vaak die brief van Barnabas met het Evangelie van Barnabas. Tavassoli vraagt Jay Smith om ons hier meer over te vertellen.

Er valt heel veel over het Evangelie van Barnabas te zeggen. We zouden er een aparte aflevering aan kunnen besteden. Er is veel over geschreven. Toen Jay Smith in de jaren '90 hier in Londen voor het eerst op de universiteiten kwam, werd hij voortdurend geconfronteerd met het Evangelie van Barnabas. Er was veel discussie over. Vandaag kom je op de campussen van de universiteiten het Evangelie van Barnabas echter niet meer tegen. Ook niet in de boekwinkels. Zelfs moslims verwijzen er niet meer naar. Dat is ook wel begrijpelijk, want ze zijn het eindelijk gaan lezen. En dan zie je meteen de problemen met dit Evangelie van Barnabas. De schrijver wist aantoonbaar heel weinig over Barnabas, Judea en Samaria, over dat deel van de wereld waar hij over schreef. Er zijn veel geografische fouten.

Te laat geschreven, gaat tegen Bijbel in, geografische en historische fouten

Jay Smith wijst ons alweer op de eerste check: wanneer werd het geschreven?

Het eerste exemplaar komt uit de 16e eeuw. Het is een Italiaans geschrift dat werd gevonden in de bibliotheek van het Vaticaan in Rome. Waarschijnlijk oorspronkelijk geschreven in het Italiaans door een monnik die moslim werd, maar die het land van Jezus, nooit gezien had. Er wordt veel door elkaar gehaald.

Allereerst staat er dat Mohammed de Messias is. Elke moslim weet dat er in de Koran elf verwijzingen staan naar de Messias en dat die allemaal op Jezus Christus slaan. Mohammed wordt in de Koran nooit de Messias genoemd. Alleen Jezus.

Verder staat er bijvoorbeeld dat toen Jezus het water in wijn veranderde, men de wijn nam en die in houten vaten deed. Probleempje. In de eerste eeuw waren houten vaten nog niet uitgevonden. Die technologie werd uitgevonden in de tiende eeuw, 1000 jaar later. De auteur heeft dit dus na de 10e eeuw geschreven, in Europa, waarschijnlijk in Italië, toen deze technologie bekend geworden was.

Evangelie van Barnabas mooi voorbeeld van terugredactie

Sasan Tavassoli noemt dit een geweldig voorbeeld van iemand die de geschiedenis achteraf probeert te schrijven en daarbij opvallende fouten maakt, omdat hij de details niet kent.

Jay Smith heeft ons steeds opnieuw op de Bijbel gewezen in onze verkenning van het Brits Museum en de Britse Bibliotheek om zo te onderzoeken in hoeverre geschiedenis en archeologie met de Bijbel overeenkomen. In de afgelopen afleveringen heeft Jay Smith overtuigend laten zien dat de auteurs van de Bijbel accurate details beschrijven, wat bevestigd wordt door de archeologie. Daar kan dus zeker geen sprake zijn van terugredactie zoals vroeger vooral beweerd werd over de Bijbel.

Jay Smith zegt dat het juist ook een van de vijf criteria is om te bepalen of een geschrift canoniek is, dat er geen tegenstrijdigheden en fouten in mogen staan. Als de mensen dat criterium nu eens consequent toe gingen passen, dan zouden apocriefe geschriften direct door de mand vallen. Je ziet namelijk dat ze allemaal vol zitten met fouten. De schrijver van het Evangelie van Barnabas was overduidelijk nog nooit in Palestina geweest.

Er staat namelijk bijvoorbeeld ook dat Nazaret aan het meer van Galilea ligt en Kapernaüm in de bergen. Wie wel eens in Israël is geweest weet dat het andersom is. Kapernaüm ligt aan het meer van Galilea en Nazareth in de bergen. Wie de schrijver ook was, hij was nog nooit daar geweest. Barnabas zelf zou zo'n fout niet gemaakt hebben.

Nog zo’n fout is dat Barnabas een van de twaalf discipelen was in plaats van Thomas. Het is duidelijk dat een monnik beter moet weten. Deze bepaald niet snuggere monnik die zich tot de islam bekeerde, was nalatig en kende de Bijbel niet goed. Anders maak je zo’n fout niet.

Zo spreekt hij ook over sandalen die men gebruikte en vervolgens beschrijft hij Italiaanse sandalen uit het 13e eeuwse Italië.

Typische fouten geschikt om apocriefen te dateren

Er staat ook dat het jubeljaar het honderdste jaar is. Het jubeljaar is echter het vijftigste jaar volgens het Oude Testament. Deze fout is overigens een prachtig middel om dit apocriefe geschrift te dateren. In de 13e en 14e eeuw werd het honderdste jaar namelijk een jubeljaar genoemd omdat de paus uit die tijd het jubeljaar veranderde naar het honderdste jaar. Waarschijnlijk is het Evangelie van Barnabas dus in die tijd geschreven, veel te laat om betrouwbaar te kunnen zijn. Moslims beseffen nu dat het vol zit met fouten en inwendige tekortkomingen. Ook wij moeten er niet teveel geloof aan hechten.

Tavassoli haakt daarbij aan door iets te vertellen dat Jay Smith misschien wel interessant zal vinden. Toen Tavassoli een paar jaar geleden in Iran was om onderzoek te doen voor zijn doctoraal proefschrift sprak hij met sjiitische geestelijken in de stad Qom. Zij vertelden hem dat ze niet langer geloofden in het Evangelie van Barnabas. Ze verwijzen er inmiddels niet meer naar en geven toe dat het om een vals document gaat. Er is geen reden meer om het serieus te nemen. Voor Tavassoli is dit een aanwijzing dat mensen die een beetje kennis hebben van de geschiedenis, weten dat het om een zwak document gaat als het over het Evangelie van Barnabas gaat.

Maar kan Jay Smith ons iets vertellen wat dan het verschil is met de brief van Barnabas?

Evangelie versus Brief van Barnabas

Jay Smith speelt de vraag eerst terug naar Tavassoli. Wat weten we over de brief van Barnabas?

Tavassoli vertelt dat niemand van de Bijbelgeleerden zal beweren dat het werkelijk geschreven is door de Barnabas die wij kennen van de Handelingenbrief. Maar ook al weten we niet precies wie de auteur is, toch zegt de brief heel expliciet dat Jezus de Zoon van God is, dat Jezus uit de hemel kwam en mens werd om te sterven aan het kruis voor onze zonden en voorzag in verlossing voor de hele mensheid. We weten weinig over de datum, de locatie en de auteur maar de inhoud van de brief van Barnabas komt heel erg overeen met de christelijk-orthodoxe leer. Een bekend gedeelte in de brief van Barnabas is hoofdstuk 5:9-11. Het bevestigt de goddelijkheid van Christus, de dood van Christus en de verlossing door Zijn dood aan het kruis.

Moslimvrienden van Tavassoli denken soms dat deze brief verband houdt met het Evangelie van Barnabas en dat het daarmee om een historisch document achter dat Evangelie gaat. Maar beide geschriften hebben niets met elkaar te maken besluit Tavassoli.

Wordt vervolgd

Sasan Tavassoli neemt weer afscheid van ons. Helaas zit onze tijd erop. Hij nodigt ons uit voor de volgende keer.

Info: Schreeuw om Leven  -  Woonbijbel
 
DO013 1. Genesis en de rol van de geschiedenis - 28 minuten
DO014 2. Genesis: Ur, Sodom en Gomorra – 28 minuten

Laat uw reactie achter