Pro Life
You can click at the top right on "Select Language" to select your language - U kunt rechtsboven klikken op "Select Language" voor uw eigen taal
< Terug

DO020 De Bijbel. Hoe oordeelt de geschiedenis erover - Aflevering 08: Manuscriptbewijs van de Koran

De Bijbel, het belangrijkste en populairste boek uit de menselijke geschiedenis. Essentieel in het judaïsme, christendom en de islam. Is het betrouwbaar? Vertrouwt u het en zou u het moeten vertrouwen? Doe mee met deze rondleiding door het Brits Museum en de Britse Bibliotheek met Sasan Tavassoli en Jay Smith in "De Bijbel, het hoe oordeelt de geschiedenis erover", Aflevering 08: Manuscriptbewijs van de Koran.

Introductie

Sasan Tavassoli verwelkomt ons bij weer een nieuwe aflevering over archeologie en de Bijbel. Hij hoopt dat de serie ons bevalt. We praten nu verder met Dr. Jay Smith over hoe archeologie de Bijbel bevestigt. Blijf meedoen!

Samenvatting

Moslims beweren dat de Bijbel is vervuild, maar dat de Koran volmaakt van God gegeven en zo gebleven is. Die bewering is historisch te onderzoeken door bijvoorbeeld de ontwikkeling van de Arabische taal op onder andere munten te volgen. Arabisch is een vrij nieuwe taal, uit Nabatees en Aramees afkomstig. Er is geen bewijs dat het voor de 4e eeuw v.Chr. bestaat. Onderzoek toont latere censuur op Korantekst. Meerdere Koranvarianten werden vernietigd. Mohammed leefde in de 7e eeuw, de oudste Korantekst stamt uit de 9e eeuw. Manuscriptafwijkingen, taalontwikkeling en later toegevoegde leestekens tonen latere redactie. Oudste manuscripten zijn latere compilaties. Moslims schermen oudste documenten af voor forensisch onderzoek. Pas in 1924 ontstond de huidige canon van de Koran.

De Korantekst laat duidelijke sporen zien van externe invloed op de Koran uit apocriefe en christelijk sektarische bronnen. Bewijs voor originele Korantekst ontbreekt, maar zou er wel moeten zijn omdat het jonge tekst is die destijds al beschikte over perkament dat niet uiteenvalt.

Korantradities zelf zeggen ronduit dat de Korantekst aangepast en deels vergeten werd. De moslimclaim dat de Koran zuiver is gebleven sinds hij rechtstreeks van God kwam is dus niet hard te maken.

Deze latere claim, in tegenspraak met de eigen traditie, is wellicht een reactie op de bewezen autoriteit van de Bijbel.

Bijbel vervuild, maar Koran zuiver?

Sasan Tavassoli vat meteen de koe bij de horens. Jay Smith sprak in de vorige aflevering namelijk over de Bijbelse manuscripten, over de bewijzen voor de nieuwtestamentische manuscripten door de eeuwen heen. De diverse vertalingen, talen en geografische locaties waar de beschikbare manuscripten vandaan komen zijn erg sterk voor een betrouwbaar beeld. Smith stelde dat we 99,99 % zeker mogen zijn van de authenticiteit van de Griekse tekst die we nu hebben. Een islamitische geleerde aan de universiteit van Georgia hield enkele jaren terug echter een glas water in zijn hand en zei: 'Christenen zeggen dat 99,99 % van het Nieuwe Testament intact is gebleven, maar als er 0,01 % onzuiverheid is dan wordt al dit water onzuiver en onbruikbaar. De Koran daarentegen is 100 % zuiver. De Koran is intact gebleven zonder enig probleem en zonder enige onvolmaaktheid.

Sasan Tavassoli wil heel duidelijk stellen dat hij niet oneerbiedig wil zijn over het geloof van moslimvrienden. Het is niet de bedoeling om iemands religie neer te halen. Het gaat over bewijzen van manuscripten voor de Bijbel versus bewijzen van manuscripten voor de geschriften van de islam. Het gaat om historische voorwerpen, die iedereen kan zien, bestuderen en interpreteren. Dat is geen geloofskwestie maar een historische en wetenschappelijke kwestie. We kunnen kijken en beslissen welke bewijzen er bestaan voor een bepaald geschrift dat waarheid claimt. Wat is het bewijs uit het bronmateriaal?

Tavassoli vraagt aan Smith wat zijn reactie is als men zegt dat de Bijbel een klein beetje onzuiverheid in zich heeft maar dat de Koran volmaakt werd gekopieerd en doorgegeven vanaf het begin van de islam?

Onderzoek door taalontwikkeling

Smith geeft aan dat dit een groot thema is dat niet even makkelijk weg te zetten is. We moeten een paar dingen doen. Om de vraag te beantwoorden moeten we terug naar het Brits Museum om muntstukken te bekijken. Maar ik zal eerst uitleggen waarom deze munten van belang zijn. Taal en handschrift veranderen altijd. Neem het Engels. Als je boeken of geschriften leest van 100 jaar geleden, hier in Londen, dan zie je dat de letter s een f-vorm heeft. Tegenwoordig gebruiken we geen f voor de s. We gebruiken de slangvorm. Letters veranderen. Dat is normaal. De taal verandert. Handschriften veranderen. We weten dat er allerlei handschriften zijn in de Engelse taal en hetzelfde geldt voor het Arabische handschrift en ook voor die van de Koran.

Ontstaan van het Arabisch

Het Arabisch komt respectievelijk voort uit het Nabatees en het Aramees en is dus een vrij nieuwe taal. Moslims noemen het Arabisch Gods taal die vanaf eeuwigheid bestaat, maar voor de 4e eeuw v.Chr. bestaat er geen documentatie. Het is een heel nieuwe taal. Tavassoli vraagt voor de zekerheid nog eens of het Arabisch schrift echt pas vanaf de vierde eeuw voor Christus verschijnt. Dat is zo. Jay Smith legt uit dat we het Arabisch schrift voort zien komen uit andere Midden-Oosterse handschriften die veel ouder zijn, zoals het Aramees en het spijkerschrift dat we in het Brits Museum zagen. Dat was het klassieke schrift dat zelfs de Hebreeën gebruikten.

Europeanen hebben veel studies verricht naar het Arabisch zoals dr. Gerd Puin, dr. von Bothmer en dr. K. Ohlig uit Duitsland. Dit zijn de voornaamste geleerden op het gebied van het oud-Arabische schrift. Ze geven les in Duitsland aan de Universiteit van Saarland.

Zij laten ons zien hoe het Arabische schrift is veranderd. Het Arabische schrift verandert per geografische locatie en per dynastie. Dynastieën wilden hun eigen schrift om zich te onderscheiden. Dat zie je als je de manuscripten bekijkt. Het probleem is dat we niet veel vroege manuscripten hebben. We zijn afhankelijk van de inscripties op stenen, op aardewerk, op munten. Zij laten het beste zien hoe het Arabisch veranderd is.

Ontwikkeling van het Arabisch

Laten we nu naar de munten gaan en terugkeren naar het Brits Museum naar de Numismatische zaal, want daar zie je een geweldig voorbeeld van hoe het Arabisch is veranderd. Laten we de munten bekijken om te zien hoe het schrift is veranderd. Daarna bespreken we het belang van deze munten. Voor die vraag moeten we terug naar de munten en dus volgen we Smith en Tavassoli weer naar het Brits Museum.

Aangekomen in de Numismatische zaal toont Jay Smith ons een paneel met prachtige munten. Hij wijst ons op de nummers 16 t/m 18 van dit paneel. Hier zien we dat Abd al-Malik het Arabische schrift introduceert. Hij verving de afbeeldingen en gebruikte het Arabische schrift. Zoals we in aflevering 6 gezien hebben, was het voorkomen van afbeeldingen op munten hiervoor nog geen probleem in de islam. Abd al-Malik is de grote Arabische hervormer, een van zijn verdiensten. Bekijk het schrift eens. Dat is niet het schrift dat je ziet in de Topkapi- en Samarkand-manuscripten. Het is het Hijazi-schrift, een heel steil schrift. De hoofdletters gaan recht op en neer en hellen soms een beetje over. Als je de rij daaronder bekijkt, de nummer 20 t/m 22 zie je de introductie van het uitgerekte schrift.

Censuur in het Arabisch

Dit zijn de Abbasidische munten. De Abbasieden haatten de Omajjaden die de islam controleerden van circa 660 tot 749 n.Chr. De Omajjaden controleerden de islam. Ze maakten van Damascus de hoofdstad. De Abbasieden haatten hen. Toen ze aan de macht kwamen maakten ze van Bagdad de hoofdstad. Het huidige Irak. De Abbasieden wilden hun macht laten zien. Zij beschikten niet over onze moderne media zoals radio en televisie, dus gebruikten ze munten. Vandaar het belang van de munten. De Abbasieden zijn verantwoordelijk voor veel van de theologie, voor het hele beeld van de profeet en voor een groot deel van het materiaal dat we nu hebben vooral de manuscripten met dit uitgerekte schrift.

De meeste oud-Arabische manuscripten hebben dat schrift omdat ze uit de tijd van de Abbasieden komen. De Abbasieden waren de Arabieren die woonden rond Basra en Bagdad. Ze roeiden de Sassanidische invloed uit en drongen hun eigen invloed op. Dat bevalt de Perzen nog steeds niet. Zij willen terug naar de tijd voor de Abbasieden, naar hun eigen identiteit.

Geen bewijs voor Koranoriginelen

Samenvattend wat we net zagen in het museum: De Topkapi en de Samarkand, de twee manuscripten die volgens de moslims originelen van Uthman zijn, zijn dat niet. Het zijn manuscripten uit de 9e eeuw en niet de 7e eeuw. We missen dus deze 200 jaar en we moeten manuscripten vinden die ouder zijn dan de 9e eeuw en kijken of die de bewering van de moslims staven. Er zijn oudere manuscripten. We hebben er één in Londen. Smith zal ons het op een na oudste manuscript laten zien dat in het bezit is van de Britse Bibliotheek. Het ligt in de Ritblat-zaal. Het 2165-manuscript of het Ma'il- manuscript. Laten we het bekijken en het daarna bespreken.

Jay Smith toont ons in de Ritblat-zaal een prachtig oud boek. Dit manuscript heeft, duidelijk te zien, een specifiek handschrift. Het is het Hijazi-schrift dat populair was in de Hidjaz regio in Arabië, waar Medina en Mekka liggen. Het is ook een hellend schrift. De letters hellen iets naar rechts. Dit wordt het Ma'il-handschrift genoemd. Er zijn geen diakritische tekens, geen punten onder of boven de regels en geen vocalisatie. Dat bewijst dat het om een archaïsche tekst gaat.

Er vlak naast ligt een ander lijvig boek. Dit is een manuscript uit de 9e eeuw. Het handschrift is duidelijk veranderd. Dit schrift is namelijk veel meer uitgerekt. Er is een verlenging tussen de hoofdletters en tussen de medeklinkers. Er zitten wat diakritische tekens in, de rode tekens boven en onder de regels. Die zijn later ingelast. Ook deze tekst heeft geen vocalisatie. Dit is de Koefische tekst of de Abbasidische tekst, een latere tekst.

Datering door manuscriptafwijkingen

Smith vraagt ons terug te gaan naar een eerder boek in de vitrine, een Koran die gedateerd is aan het eind van de 8e eeuw. Hij is niet compleet. Het houdt op bij Soera 41. Een groot deel ontbreekt. Het probleem is dat we het niet alleen proberen te dateren. We proberen ook manuscript-afwijkingen vast te stellen. Dit is een gloednieuw onderzoek. Er is heel veel nieuwe informatie die nu openbaar wordt gemaakt. Daar komt Jay Smith later op terug.

In ieder geval is duidelijk vast te stellen dat de Ma'il-tekst en de Koefische tekst beide geen diakritische tekens en geen vocalisatie hebben. Volgens moslims geeft dat een archaïsch uiterlijk. Jay Smith zal ons later het belang daarvan uitleggen.

Wat betreft het 2165-manuscript, of het Ma'il-manuscript is het duidelijk dat dit hellende schrift ouder is dan het Koefische of Abbasidische uitgerekte schrift.

Interessant is dat we ook kunnen dateren aan de hand van de zogenaamde medailles tussen de verzen. Er zijn ronde medailles, zoals in het Topkapi- manuscript, of twee punten met een derde punt er bovenop, zoals in de Koefische tekst in de bibliotheek. In de Koefische tekst zijn ze later ingelast, omdat er vrije ruimtes ontbreken. Ze zijn later ingelast. Dat staat vast. Moslims proberen ons te vertellen dat de medailles in de Topkapi ook later zijn ingelast wat bewijst dat het om een tekst uit de 7e eeuw gaat. De medailles werden namelijk pas gebruikt aan het eind van de 8e eeuw.

Door die medailles lijkt de Topkapi te dateren van het eind 8e  eeuw. Maar moslims zeggen dus dat deze medailles later zijn ingelast. Maar dan komt meteen de vraag hoe ze de beschikbare ruimtes tussen de teksten verklaren waar deze medailles precies inpassen. De tekst zou dan in de 7e eeuw met vrije ruimtes geschreven zijn om er een eeuw later medailles in te kunnen lassen. Dat is ongeloofwaardig. Dat er vrije ruimtes zijn bewijst dat de medailles direct zijn aangebracht. Het is duidelijk dat het Topkapi manuscript dateert van eind 8e eeuw. Koran-geleerden als dr. Safadi en dr. Lings komen tot de conclusie dat de Samarkand en de Topkapi manuscripten niet dateren van de 7e  eeuw. Ze dateren van eind 8e , begin 9e  eeuw. Rond 820 n.Chr. Dr. Safadi en dr. Martin Lings zijn moslims. Dr. Martin Lings was als beheerder van de Britse Bibliotheek verantwoordelijk voor alle manuscripten. Als zij tot deze conclusie komen, denkt Jay Smith dat wij ook tot dezelfde conclusie mogen komen.

Oudste Koranmanuscript?

Onze vraag was hoezeer een schrift kan veranderen en wanneer dat gebeurde. Als je ziet hoe het schrift van de Koran verandert, dan lijkt het erop dat het Hijazi-schrift van het 2165-manuscript het oudste is. Het dateert van eind 8e eeuw. Maar er ontbreekt nog steeds iets. We zoeken iets dat nog ouder is want eind 8e eeuw,  780-790 n.Chr. is nog steeds veel te laat. Mohammed stierf immers in 632 n.Chr. Het Uthman-manuscript, waar Al-Bukhari over spreekt in de heruitgave die de moslims nu gebruiken, zou moeten dateren van 650 n.Chr. Waar zijn dan de manuscripten uit de tussenperiode van 650 tot 790?

Er werd nog een manuscript ontdekt. In 1975 in Jemen, in de hoofdstad Sanaa restaureerden ze de koepel van de grote moskee van Sanaa. Ze openden toen een valluik en duizenden manuscripten vielen naar beneden. Dit komt vaker voor. Als manuscripten oud worden en verslijten, dan worden ze niet verbrand, maar opgeslagen in moskeeën. Ze blijven daar liggen en ze worden vergeten. In dit geval totaal vergeten. Niemand wist dat die manuscripten daar lagen. Ze onderzochten deze manuscripten en vonden er één die voor problemen zorgde omdat ze deze niet konden lezen. Er waren geen diakritische tekens, geen vocalisatie, geen punten onder en boven de regels om de consonantische tekst te kunnen vertalen.

Leestekens in het Arabisch vanaf de 8e eeuw

In het Arabisch schrift zijn er 3 medeklinkers voor elk woord waaraan in de 3e persoon enkelvoud voor- en achtervoegsels worden gekoppeld. Je moet die drie letters kennen om de voor- en achtervoegsels toe te kunnen voegen of weg te laten. Daar zijn de punten onder en boven de zin voor.

De u-vorm kan voor 5 letters staan.

1 punt erboven: nun.

2 punten erboven: ta.

3 punten erboven: tha.

1 punt eronder: ba.

2 punten eronder: ya.

Nun - ta - tha - ba – ya, om welke gaat het? Daar hebben we deze punten voor nodig en deze werden begin 8e eeuw geïntroduceerd. Een manuscript zonder punten is daarom ouder. Vocalisatie volgde nog later vanwege dialectische verschillen. Er zijn veel Arabische dialecten. Ze ontstonden toen ze zich verspreidden rondom de Middellandse Zee. Toen ze naar Bagdad en Basra trokken, helemaal tot het huidige Teheran, in het gebied met de Pahlavi-taal drong de Pahlavi-taal zich op aan het Arabisch en er volgde een samensmelting, een nieuw dialect. Toen ze naar Damascus trokken kwamen ze in Griekstalig gebied en een dialect ontstond. Dialecten vormen zich in 100-200 jaar. Je moet aangeven welk dialect je in je consonantische tekst gebruikt. Zo ontstond vocalisatie, de klinkertekens damma, kasra, fatha. Die werden eind 8e eeuw geïntroduceerd.

Geen leestekens is ouder

In de 2165- of de Ma'il-koran staan geen diakritische tekens. Ook is er geen sprake van vocalisatie. In die tijd werd dat niet gebruikt en dat verwacht je ook niet voor een oude tekst toen er nog geen grote uitbreiding van de islam plaats gevonden had. Het manuscript uit de groet moskee van Sanaa had ook geen diakritische tekens en vocalisatie. Het was zo oud, dat zelfs het schrift anders was. Ze haalden er drie experts in het Arabische schrift bij dr. Gerd Puin, dr. von Bothmer en dr. K. Ohlig. In 1981 bekeken ze dat manuscript, namen er direct foto’s van en legden het vast op microfilm. Maar de regering van Jemen nam het in beslag zodat ze met lege handen teruggingen naar Duitsland. Pas in 1997 mochten de Duitse geleerden weer beschikken over hun eigen microfilm. Vanaf 1997 bestudeerden ze het manuscript en maakten er een kopie van. In 1999 bestudeerde Jay Smith het manuscript in Duitsland en maakte er afbeeldingen van. Als hij deze laat zien valt meteen op dat het om een uniek schrift gaat. We zien dat Soera 19 de eerste helft van de pagina beslaat tot aan een geel teken. Soera 22 staat vervolgens op de onderste helft van de pagina. Maar hoe zit het dan met Soera 20 en Soera 21? Die ontbreken. Tenminste op deze pagina.

Chronologie schrijfstijlen Arabisch

Bovenaan op de linkerzijde begint namelijk Soera 20. Maar in een compleet ander schrift dan op de rechterzijde. Rechts, waar 19 en 22 staan, wordt het oude Hijazi-schrift gebruikt. Links, waar Soera 20 begint, wordt een ander, later schrift gebruikt, het Abbasidische schrift.

Er zijn veel stijlen binnen het Abbasidische schrift en het Hijazi-schrift. Dr. François Déroche, een vooraanstaand geleerde in Arabische manuscripten in Parijs, is degene die de chronologie van het Arabisch schrift heeft gestandaardiseerd. Hij vond 3 of 4 verschillende stijlen binnen het Hijazi-schrift en 5 of 6 stijlen binnen het Abbasidische schrift.

We kijken hier dus naar verschillende schriftstijlen in één manuscript.

Als je bijvoorbeeld de rechterkant vergelijkt met de linkerkant zie je toch een 100 tot 150 jaar verschil in schrijfstijl. Dat zijn enorme verschillen in een en hetzelfde manuscript. Wat kunnen we daar uit opmaken? Dat iemand later tekst heeft toegevoegd.

Oudste Koranmanuscript blijkt latere compilatie

Je ziet een ontwikkeling in het schrift op twee bladzijden. Als het gele teken tussen de Soera's onderaan stond dan was het nog mogelijk dat er een bladzijde miste. Het feit dat het halverwege staat is een bewijs dat Soera 20 en 21 op de linker pagina nooit in dit origineel hebben gestaan. Ze werden veel later aan dat manuscript toegevoegd en nog op de verkeerde plaats ook. Dit gebeurt door het hele manuscript heen. Jay Smith moet wachten tot ze hun ontdekkingen over dit Sanaa manuscript hebben gepubliceerd en moet dus voorzichtig zijn, maar de afwijkingen in dit manuscript zijn enorm, zo hebben ze Smith verteld.

Sasan Tavassoli wil even samenvatten en kijken of hij het goed begrijpt. Als je dus naar zeer oude Arabische manuscripten van de Koran kijkt, dan zie je dus afwijkingen in diverse manuscripten?

‘Absoluut’, zegt Jay Smith. De Hijazi-tekst op de rechterzijde is gedateerd van 705 n.Chr. Begin 8e eeuw, ongeveer 65 jaar nadat het Uthman-manuscript geschreven zou moeten zijn. Dit is verreweg het oudste Korangedeelte dat we vandaag in ons bezit hebben. De tekst links dateert van veel later. Dit Abbasidische schrift ontstond pas toen de Abbasieden in 749 n.Chr. aan de macht kwamen. Dit zagen we op de munten in het Brits Museum. Die tonen ons dat in die tijd het uitgerekte, geïllustreerde, bloemrijke schrift ontstond. Dat was halverwege de 8e eeuw. Je ziet hier dus verschillen in de schrijfstijl. Maar de manuscriptafwijkingen zelf zijn nog interessanter. Woorden en hele frasen die niet gevonden worden in de huidige Koran.

Protectie Korantekst versus openheid Bijbeltekst

Moslims geven dit niet toe en hebben nooit iets gepubliceerd over dit Sanaa-manuscript. Waarom niet?

Er is niet één gepubliceerde studie over dit manuscript, terwijl de bewijzen onomstotelijk zijn. De regering van Jemen houdt het geheim. Ze maken het niet wereldkundig. En dit terwijl ze goud geld kunnen verdienen aan dit manuscript. Musea en geleerden van over de hele wereld willen dit manuscript dolgraag zien. Waarom die geheimhouding? Waarom publiceren ze het niet? Waarom is er geen museum voor dit oudste Koran-manuscript ter wereld?

Tavassoli valt de tegenovergestelde houding van Bijbelgeleerden op. Zodra die iets vinden, onderzoeken ze het en maken het wereldkundig. De moslimautoriteiten houden afwijkingen liever geheim.

Jay Smith noemt als voorbeeld de Sinaïticus. Als je twee jaar geleden naar de Ritblat-zaal ging dan zag je dat de autoriteiten van de Britse Bibliotheek de codex hadden opengeslagen op Markus 16, zodat de hele wereld kon zien dat de verzen 9 t/m 20 niet in dit manuscript voorkomen. Dat was duidelijk een polemiek tegen de Bijbelse tekst. Bijbelgeleerden maakten er echter geen probleem van. We vonden het interessant. Smith kon aan zijn studenten laten zien dat deze verzen niet voorkomen in de vroegste manuscripten. Voor Bijbelgeleerden en voor de Bibliotheek is het geen probleem om een tekortkoming in de Bijbel bekend te maken. Waarom staan de autoriteiten in Jemen ons niet toe om het document te zien? Ze praten niet eens over het bestaan, laat staan dat ze er iets over publiceren. Ze zijn bezorgd.

1924: vaststelling canon Koran

Moslims zeggen dat de Koran herleid kan worden tot het origineel. Maar welk manuscript bedoelen ze dan? Wanneer is de canon van de Arabische tekst ontstaan? In welk jaar?

In 1924! Pas in 1924 werd de gecanoniseerde tekst die we vandaag gebruiken samengesteld aan de Al-Azhar-universiteit in Egypte. Dat is minder dan 100 Jaar geleden. Als ze dus over een gecanoniseerde tekst spreken, welk manuscript bedoelen ze dan? Niet het Sanaa-manuscript en ook niet het Samarkand-manuscript dat niet verder gaat dan Soera 41. Ook niet het Ma'il-manuscript want dat gaat niet verder dan Soera 33. Er zijn 114 Soera's.

Geen bewijs origineel Koran

Naar welk manuscript verwijzen ze? Tot op heden vertellen ze dat niet. Als Bijbelgeleerde, die zich hetzelfde afvraagt, zou Jay Smith nooit zeggen dat de Bijbel tot het origineel te herleiden is, zoals moslims doen met de Koran, als dat niet met manuscripten te bewijzen is. Daarom mag iedereen kijken naar de Sinaïticus en de Alexandrinus. Om er foto's van te maken heb je toestemming nodig, maar iedereen kan ernaar kijken. Er zijn tientallen studies over de Sinaïticus alleen al. Je kunt de hele Sinaïticus online bekijken. We houden onze manuscripten niet verborgen. Iedereen kan kijken. Niemand censureert kritiek op deze manuscripten. We geven het toe in onze Bijbels. We geven aan welke verzen ontbreken in de oudste manuscripten. We zijn er heel eerlijk in. Moslims moeten hetzelfde doen. Pas als ze dat doen, nemen we hun beweringen serieus. Moslims zullen ons ervan moeten overtuigen dat deze manuscripten dateren van 1.400 jaar geleden. Zoals het er vandaag voorstaat zijn er manuscriptbewijzen van de Koran die 1.200 jaar teruggaan en niet 1.400 jaar. Grofweg een kloof van 200 jaar voordat er een compleet Koran-manuscript beschikbaar is.

Wel bewijs externe invloed op Koran

Smith wijst er op dat een groot deel van de Koran ontleend is aan andere bronnen, namelijk aan sektarische geschriften, apocriefe geschriften, aan christelijke sektarische geschriften. Grofweg 50-70% van de Koran is aan zulke bronnen ontleend en die niet als betrouwbaar worden erkend door Joden en christenen.

Daar moet over gesproken worden want we kunnen het aantonen. De 114 Soera's van de Koran in de huidige versopbouw en de huidige volgorde, kunnen niet herleid worden tot de 7e eeuw en niet tot de 8e eeuw. Pas eind 8e eeuw, begin 9e eeuw vinden we een compleet manuscript. Dat willen we graag onder de loep nemen met forensisch bewijs, niet alleen om het te dateren, maar om de inhoud ervan vast te stellen.

Sasan Tavassoli heeft een vraag over de manuscriptafwijkingen in de Arabische tekst van de Koran en wel of er ook afwijkingen zijn tussen de Topkapi-tekst en de Samarkand-tekst? Maar Jay Smith kan die vraag niet beantwoorden omdat niemand mag kijken naar het Topkapi-manuscript. Moslims stellen het niet beschikbaar.

De Samarkand is dat wel omdat de Princeton-universiteit er een kopie van heeft bemachtigd. Smith heeft een kopie op zijn computer. We kunnen de Samarkand voor het eerst inkijken. Maar dit is een manuscript uit de 9e eeuw, niet de 7e eeuw. Het dateert van 820 n.Chr. Mohammed stierf in 632 n.Chr. Zo’n 200 jaar na de dood van Mohammed dus. De Samarkand gaat tot Soera 41.

Tavassoli vraagt of de datum die Smith noemt voor de Samarkand officieel is vastgesteld?

Smith zegt dat moslims deze datum ontkennen. Maar moslims kunnen hun datering helemaal niet bewijzen. De datum voor het Samarkand schrift is vastgesteld door westerse geleerden die het schrift geanalyseerd en vergeleken hebben met andere manuscripten en munten. Forensisch onderzoek dus. We mogen het Samarkand manuscript helaas niet aanraken. We zouden er graag versnelde massaspectrometrie op willen toepassen om het zo door middel van forensisch onderzoek op 20 jaar nauwkeurig te kunnen dateren. Dat is wel gebeurd met de Sinaïticus. Op alle Bijbelse manuscripten zijn forensische technieken toegepast. Maar de Koran-manuscripten mogen we niet aanraken.

Koranbewijs zou er wel moeten zijn

Volgens Tavassoli kunnen we dus de conclusie van deze discussie trekken dat de manuscripten voor het Nieuwe Testament enorm veel talrijker zijn dan de manuscripten van de Arabische tekst voor de Koran.

Ja, beaamt Smith en hij wijst erop hoe vreemd dat is. De Koran werd immers veel later geschreven. Het gaat niet om de 1e t/m 4e eeuw, toen er alleen nog papyrus was, maar om de 7e t/m de 10e eeuw toen er velijn en perkament bestond, materiaal dat makkelijk 1.400 jaar mee kan gaan. Ook schreven er veel meer mensen in die tijd dan in de eerste eeuwen. Ja, vanaf de 4e eeuw was er toeneming in aantal codices, boeken vanwege het betere materiaal dat gebruikt werd, perkament en velijn, de dierenhuiden. Vanaf de 8e eeuw kwam vanuit China het papiergebruik, dat populair was. Er is geen reden waarom er geen oudere koran-manuscripten zouden zijn.

Vooral omdat ze geschreven zijn door Zaid ibn Thabit, Ubayy ibn Ka'b, Ibn Masud, Abu Musa, vier van de samenstellers van de Koran. Vier verschillende manuscripten, uit vier steden. We noemen ze de metropolitaanse codices. Zaid ibn Thabit, wiens codex populair werd in Medina. Ubayy ibn Ka'b, wiens codex populair werd in Damascus. Ibn Masud, wiens codex erg populair werd in het huidige Bagdad. Abu Musa, wiens codex populair werd in Basra. Vier steden, vier codices. En naar alle vier wordt verwezen door Al-Bukhari.

De tradities over de Koran

Toen deze vier codices met elkaar vergeleken werden, vonden ze 15.000 onderlinge verschillen. Let wel, vanuit de tradities zelf! De tradities zelf vertellen ons over deze verschillen.

Jay Smith zal ons vertellen wat de tradities zeggen en ook de verwijzingen geven naar de tradities met betrekking tot deze codices. Het zijn tradities, geschreven door moslims en Jay Smith zal ons de namen geven zodat we het zelf kunnen bevestigen. Smith wil dat we als kijkers beseffen dat hij dit niet verzint, maar dat het de tradities zelf zeggen.

  • Ibn Abi Dawud, een van de zes meest gezaghebbende samenstellers van de Hadith in het Soenisme. Deze meneer is de nummer drie na Al-Bukhari en Sahih al-Muslim en hij zegt het volgende:

     'Veel passages van de Koran waren bekend bij hen die omkwamen in Walaja...'

     (Dit was de slag bij Walaja in 633 n.Chr. na Mohammeds dood.) 'maar onbekend bij de overlevenden. Ze werden niet opgeschreven. Ook niet door Abu Bakr, Umar of Uthman...' (De eerste drie kaliefen.) 'Ook hadden ze de Koran nog niet verzameld. Ze werden ook na hen door niemand gevonden.'

              Hij zegt dus dat veel van de Koran verloren ging.

  • Luister naar Ibn al-Asyuti:

'Het is bekend dat Ismail ibn Ibrahim, Ayyub Naafi, ibn Umar hebben gezegd: ...' (Dit is de isnad, het begin van de tekst.)

'Laat niemand zeggen: Ik heb de hele Koran verworven. Hoe kan hij dat weten, als veel van de Koran verdwenen is? Laat hij liever zeggen: Ik heb verworven wat is overgebleven.'

              Wat een bekentenis!’ beklemtoond Jay Smith.

Sasan Tavassoli vraagt wie deze bekentenis deed en hoe belangrijk hij was. Smith antwoordt dat dit Ibn as-Suyuti was en dat hij een van de meest gerespecteerde tafsir-schrijvers is. Hij schreef in 911 AH (moslim jaartelling), zo rond 1600 n.Chr. Alle moslims zouden al-Asyuti moeten kennen vanwege zijn bekendheid om zijn interpretaties.

  • We gaan verder met Sahi Muslim. Dit is de 9e eeuw, dus veel vroeger. Alleen Al-Bukhari is belangrijker dan hij. Kijk wat hij zegt:

'We reciteerden een soera die qua lengte en eenvoud leek op Ba'arat. Ik ben die vergeten en herinner me alleen nog dit gedeelte...'

Hij spreekt hier over een gedeelte uit de Koran dat vergeten werd!

  • Laten we verdergaan met Al-Bukhari zelf. Geen Soenni twijfelt aan Al-Bukhari. Hij is perfect. Er zitten geen fouten in wat hij zegt. Dit citeert hij. Je vindt het in deel 5, Hadith 416:

'Vroeger lazen we een vers uit de Koran dat later werd weggelaten en dat ging zo:

'Vertel ons volk namens ons dat we onze Heer ontmoet hebben en dat Hij tevreden is over ons...'

              Dit schrijft Al-Bukhari.

  • Al-Bukhari zei ook iets over rajam, een zeer omstreden vers. Luister naar wat Al-Bukhari zegt. Het gaat om deel 8, Hadith 817:

'Allah zond Mohammed met de waarheid en openbaarde hem de Koran. Onder die openbaring was een vers over rajam, de steniging van een getrouwde overspelige man en vrouw. We lazen, verstonden en onthielden het. Allah’s apostel voerde de straf van steniging uit en wij ook. Ik vrees dat, na verloop van lange tijd, iemand zal zeggen: We vinden het vers over rajam niet in Allah's boek. Zo dwalen zij af door deze plicht op te geven die Allah vereiste.'

              Ook hier, wat een bekentenis!

  • Dit zegt ook Umar, de tweede kalief. Het vers over rajam stond in de Koran. De profeet stenigde. Iedereen stenigde. Maar als je Soera 24 nu in de Koran leest, lees je over 100 zweepslagen. De straf voor overspel veranderde in 100 zweepslagen. Maar het stond eerst anders in de Koran. Zelfs Al-Bukhari geeft het probleem toe. Hoe kun je Gods Woord veranderen omdat de straf je niet aanstaat?
  • Luister naar wat Ibn Dawud zegt:

'Ibn Thabit zei: Ik zie dat jullie twee verzen niet opgeschreven hebben. Welke? vroegen ze. Ik kreeg het rechtstreeks van Allah's boodschapper. Voorzeker, een boodschapper is uit uw midden tot u gekomen. Hij is bezorgd voor het welzijn van de gelovigen.'

              Dat is Soera 9:128. Aan het eind van deze Soera zegt Uthman:

              'Ik getuig dat deze verzen van Allah zijn.’

              Uthman getuigt hier van verzen die over het hoofd waren gezien.

  • Laten we verder gaan met Ibn Malik:

'Aisha, de moeder der gelovigen...'

(Zij was de lievelingsvrouw van Mohammed.)

'beval mij om de Koran op te schrijven en haar te informeren als ik bij dit vers kwam:’

- En hier reciteert Jay Smith de tekst wat ongeveer zo klinkt: ‘Hafidhuu alaas-salaati waas-salaatil wustaa wa quumuu lillaahi qaanitiin.' Waar Smith zich verontschuldigd voor zijn Amerikaanse uitspraak.- 

Ibn Malik gaat verder:

‘Toen ik bij dit vers kwam, informeerde ik haar. Schrijf het zo, beval ze.'

Aisha vertelt hem dus hoe hij het moet schrijven. Ze zei dat ze het zo gehoord had van de apostel van Allah. We vinden dit bij Muwatta Ibn Malik.

  • De laatste is van Ibn Abi Dawud een van de zes meest gezaghebbende samenstellers van de Hadith.

              'In totaal bracht al-Hajjaj ibn Yusuf...'

(Hij was de gouverneur van Kufa in de tijd van Abd al-Malik. Zo rond 685-705, aan het eind van de 7e eeuw. Dat is 50 tot 60 jaar na de dood van Mohammed. Hij zegt dit:)

'In totaal bracht al-Hajjaj ibn Yusuf elf wijzigingen aan in de tekst van Uthman.’

En dan zegt hij welke wijzigingen. Een wijziging in Soera 2:259 en in Soera 5:48. Hij noemt ze zo alle elf. Dat gebeurde dus in de 7e eeuw. Toen wijzigden ze de tekst nog steeds, volgens de tradities.

Koran rechtstreeks van God?

Samenvattend uit de moslimtraditie:

Ibn Malik zegt: er zijn verzen zoekgeraakt.

Ibn as-Suyuti: er zijn verzen verdwenen.

Sahi Muslim: er zijn verzen vergeten.

Al-Bukhari: er zijn verzen weggelaten en verzen ontbreken.

Ibn Abi Dawud: er zijn verzen over het hoofd gezien.

Ibn Malik: er zijn verzen veranderd.

Ibn Abi Dawud: er zijn veel verzen gewijzigd.

‘Is dit volmaakt?’vraagt Smith zich af? Sasan Tvassoli beaamt dat dit niet als 100% zuiverheid klinkt. En dit haalt Smith dus allemaal uit de islamitische tradities en niet uit christelijke of seculiere bronnen. Uit de bronnen van de islam zelf! Niet de critici van de islam beweren dit, maar de stichters van de islamitische tradities, wet en verklaringen. Niemand twijfelt aan Al-Bukhari, aan Ibn Abi Dawud, aan Sahi Muslim of aan Ibn as-Suyuti. Kunnen we ons voorstellen hoe verontrustend dit moet zijn? Het vertelt Smith dat moslims er In de 9e , 10e en 11e eeuw geen problemen mee hadden en er niet aan twijfelden, dat er Koranverzen gewijzigd en over het hoofd gezien waren. De bewering dat de Koran nooit is veranderd, is een apologie van de 21e eeuw. De moslims uit de 9e eeuw beweerden dat niet. Het is een recente apologie.

Koranclaims reactie op autoriteit Bijbel

Die apologie houdt volgens Smith verband met onze vondsten m.b.t. de Bijbel. De Bijbel blijkt zo betrouwbaar te zijn. Wij hebben geen grondleggers die over veranderingen spreken, die zeggen dat er verzen zijn zoek geraakt. Ja, er zijn sektarische geschriften. Maar dit zijn juist geen sektarische auteurs, maar geëerde grondleggers. We zagen het bij de nieuwtestamentische tekst: Omdat onze tekst zo betrouwbaar is, willen moslims van nu dezelfde zuiverheid. Ze maken daarom de claim dat de Koran onveranderd is gebleven.

Geen bewijs

Jay Smith wijst daartoe op het gedrag van Ahmed Deedat. Het valt op dat deze beroemde debater in een discussie zijn beweringen nooit onderbouwt met Koranverzen of tradities of andere verwijzingen. Hij beweert iets, maar onderbouwt het nooit. Jay Smith zou dat nooit durven. Hij onderbouwt elke uitspraak en hij hoeft zich daarover ook geen zorgen te maken bij het Nieuwe Testament. De bevestigingen zijn zo talrijk. Als de moslims zoiets beweren, dan zullen ze ons antwoord moeten geven hoe het komt dat de samenstellers van de Hadith, de soenna, de tafsir en de tarikh er wel van uitgaan dat Koranverzen veranderd, weggelaten, vergeten en verwijderd zijn?

Sasan Tavassoli bedankt Jay Smith voor deze bijdrage. Hij vond hem zeer verhelderend, bemoedigend en opbouwend en bedankt Smith nogmaals voor wat hij ons vandaag geleerd heeft.

Wordt vervolgd

Tavassoli bedankt ons voor het kijken en hoopt ons te zien bij de volgende uitzending.

Info: Schreeuw om Leven  -  Woonbijbel

DO013 1. Genesis en de rol van de geschiedenis - 28 minuten
DO014 2. Genesis: Ur, Sodom en Gomorra – 28 minuten

Laat uw reactie achter