Pro Life
You can click at the top right on "Select Language" to select your language - U kunt rechtsboven klikken op "Select Language" voor uw eigen taal
< Terug

DO019 De Bijbel. Hoe oordeelt de geschiedenis erover - Aflevering 07:De Britse Bibliotheek en de Bijbel

De Bijbel, het belangrijkste en populairste boek uit de menselijke geschiedenis. Essentieel in het judaïsme, christendom en de islam. Is het betrouwbaar? Vertrouwt u het en zou u het moeten vertrouwen? Doe mee met deze rondleiding door het Brits Museum en de Britse Bibliotheek met Sasan Tavassoli en Jay Smith in "De Bijbel, het hoe oordeelt de geschiedenis erover", Aflevering 07: De Britse Bibliotheek en de Bijbel.

Introductie

Professor Jay Smith heet ons, staande in de prachtige hal, meteen welkom in de Britse Bibliotheek. De Britse Bibliotheek was eerst ondergebracht in het Brits Museum, een paar kilometer verderop. In 1989 werd dit gebouw neer gezet om de 12,5 miljoen boeken in één locatie onder te brengen. Achter Jay Smith kunnen we de leesruimtes zien. Er zijn er elf. Het gebouw bestaat uit 14 verdiepingen, 9 bovengronds, 5 ondergronds. Het gaat ons om de John-Ritblat-zaal waar de manuscripten liggen. De bibliotheek bevat elk boek dat in Groot-Brittannië gedrukt is maar ook veel archaïsche boeken, manuscripten en kaarten. Daar gaat het ons om. Hier staan de oudste Bijbels, twee van de oudste codices, de codex Sinaiticus en de codex Alexandrinus, de Magna Carta, een paar schetsen van Leonardo da Vinci, veel originele muziekstukken, zoals de Messiah van Händel, Mozart, Bach, Beethoven en ook veel originele literatuurteksten in de Engelse taal en een geleende collectie van de songs van de Beatles. We bekijken met Jay Smith de oudste manuscripten van de Bijbel, hoe ze verzameld zijn, wat ze ons te zeggen hebben en het belang van hun autoriteit. Ga met ons mee naar de John-Ritblat-zaal, om de manuscripten te bekijken.

Samenvatting

Enkele van de oudste complete Bijbels liggen in de Ritblat zaal in de Britse Bibliotheek. Het gaat om de Sinaïticus en Alexandrinus manuscripten uit de 4e en 5e eeuw. Vanaf toen werd perkament gebruikt dat lang meegaat. De Sinaïticus bevat ook de extra boeken ‘Herder van Hermas’ en de ‘Brief van Barnabas’. Deze zijn wel betrouwbaar, maar niet opgenomen in de canon. Toets van de betrouwbaarheid van de overlevering van de Bijbel kan met behulp van de 24.000 manuscripten, waarvan er 230 van voor de 7e eeuw stammen. In de 7e eeuw werd de Koran geschreven. Tussen het schrijfmoment van de klassieke geschriften en het oudste kopie daarvan dat we nu nog hebben zit gemiddeld 1000 jaar. Toch wordt geen kritiek gegeven op de betrouwbaarheid ervan. Tussen de verschillende schrijfmomenten van het Nieuwe Testament en de oudste kopieën zit nog geen 300 jaar, maar hierop is extreem veel kritiek. Dat is meten met twee maten, terwijl de Bijbel een autoriteit met betrekking tot betrouwbaarheid is. Dat blijkt uit intrinsieke bewijzen die het ooggetuigenverslag bevestigen. Ook uit externe verwijzingen naar zelfs de dood en opstanding van Jezus en Zijn Godheid door Thallus, Tacitus en Flavius Josephus. Er zijn verder zoveel oude manuscripten en liturgieën  in zoveel talen en uit zoveel plekken voorhanden, dat een vervalsing van de Bijbeltekst onuitvoerbaar blijkt. Bovendien is uit citaten van de eerste kerkvaders het complete Nieuwe Testament te schrijven op 11 teksten na.

De oudste complete Bijbels

In de Ritblat zaal verwelkomt Jay Smith ons nogmaals. We bekijken met hem de oudste manuscripten van de Bijbel zelf. In een vitrine zien we de codex Sinaïticus, ontdekt door Tischendorf. Tischendorf reisde door de Sinaï en kwam bij het St. Katharinaklooster. Dit was rond 1850-1860. Tijdens zijn derde reis viel zijn oog op dit manuscript met het grootste deel van het Oude Testament en het volledige Nieuwe Testament. Hij besefte het belang ervan, omdat het geschreven was in unciaal Grieks. Hij vroeg of hij het mee mocht nemen. Hij stond onder het gezag van de tsaar van Rusland in die tijd. Hij nam het mee naar Sint-Petersburg in Rusland en daar stelden ze vast dat het dateerde van 330-350 n.Chr. Het midden van de 4e eeuw. Ze gaven het St. Katharinaklooster er 9000 roebel voor. In 1933 verkocht Rusland het aan de Britse Bibliotheek voor zo'n 100.000 pond. Het is nu het bezit van de bibliotheek. Het St. Katharinaklooster wil het graag weer terug. Het belangrijkste van dit manuscript is dat dit de vroegste complete codex is die we bezitten van het Oude en Nieuwe Testament. Oorspronkelijk was het compleet. Nu is het incompleet. Veel bladzijden zijn zoek of bevinden zich op andere locaties, te weten in Leipzig, in Rusland en in het St. Katharinaklooster waar zich nog twee of drie folio's bevinden.

Een ander belangrijk feit: het dateert van ongeveer dezelfde tijd als de codex Vaticanus, de andere grote codex die zich in Vaticaanstad bevindt.

Even verder zien we nog een manuscript, de codex Alexandrinus, een document uit de 5e eeuw met het hele Oude en Nieuwe Testament ook geschreven in unciaal Grieks. Om die reden is het samen met de codex Sinaïticus erg belangrijk. Het gaat om twee van de drie oudste codices van de complete Bijbel. Nu is ook deze codex incompleet.

In de Sinaïticus zijn nog twee boeken opgenomen: de Herder van Hermas en de Brief van Barnabas, niet te verwarren met het Evangelie van Barnabas, waarover later meer. Beide boeken worden beschouwd als betrouwbare geschriften maar horen niet bij de canon. Dat is belangrijk. Straks meer.

Nu snapt u waarom beide boeken zich hier bevinden. Beide documenten bevatten de 27 brieven van het Nieuwe Testament. Sommige verzen die wel in onze hedendaagse Bijbels staan, staan niet in deze documenten. Is dat geen teken van vervalsing?

De manuscriptbewijzen

Hoeveel manuscripten hebben we? In de vorige afleveringen spraken we er al over, er zijn maar liefst 24.000 manuscripten en 230 daarvan zijn van voor de 7e eeuw. Ouder dan de Koran die werd samengesteld in de 7e eeuw. Deze 230 zijn het meest interessant. Daar hoort de Bodmer papyrus uit de 2e eeuw bij, met het grootste gedeelte van Johannes. De John Rylands papyrus met fragmenten van Johannes, hier in Manchester en de Chester Beatty papyrus uit Dublin met de vier evangeliën, Handelingen en Openbaring. En zoals we net zagen: de Sinaïticus en de Alexandrinus hier in Londen. De Sinaïticus uit de 4e eeuw en de Alexandrinus uit de 5e eeuw.

Waar gaat het nou precies om? Er zijn veel beschuldigingen dat de Sinaïticus en de Alexandrinus manuscripten van zoveel later zijn. Tot in de 5e eeuw. ‘Dat is zo’, beaamt Jay Smith, ‘maar we zeggen ook niet dat we over een volledig Nieuw Testament uit de eerste eeuw beschikken’. Het oudste complete Nieuwe Testament is de codex Sinaïticus uit 330-350 n.Chr. De Vaticanus is nog iets ouder. We spreken over de 4e eeuw, toen er eindelijk velijn en perkament uitgevonden en gebruikt werden. Materialen die duurzaam genoeg zijn om de afgelopen 1700 tot 1800 jaar mee te gaan.

Selectieve betrouwbaarheidsnorm

Opmerkelijk trouwens dat mensen deze beschuldiging over het gebrek aan originele manuscripten van de Bijbel voortdurend herhalen, maar ongodsdienstige, seculiere manuscripten beschuldigen ze daar nooit van.

Wat voorbeelden. We hebben de geschiedenis van Herodotus uit de 5e eeuw v.Chr. en de geschiedenis van Thucydides ook uit de 5e eeuw v.Chr. We hebben de filosoof Aristoteles uit de 4e eeuw v.Chr. We hebben de geschiedenis van Caesar die we lezen als een klassieker uit de eerste eeuw v.Chr. De geschiedenis van Plinius Minor. Die wordt geciteerd als de grote historicus uit de eerste eeuw n.Chr. We hebben Suetonius, Tacitus, Thallus, Josephus, de grote Griekse, Romeinse en Joodse historici uit die tijd.

Niemand trekt hun authenticiteit in twijfel. Niemand twijfelt of ze nauwkeurig, geloofwaardig, gezaghebbend zijn. Kijk dan eens naar de data van de vroegste kopieën van al deze geschriften. Smith vraagt aan Dr. Tavassoli wat hij denkt dat de vroegste data van deze kopieën zijn. Tavassoli denkt aan zo’n 200 of 300 jaar sinds de oorspronkelijke schrijver schreef. “Dat zou je graag willen geloven” antwoord Smith, maar de vroegste datum voor al deze geschriften is de 9e eeuw n.Chr. Namelijk een kopie van Plinius Minor. De oudste kopie van al deze geschriften is die van Plinius. De oudste kopie van Plinius is 850 n.Chr. De 9e eeuw! Er is niets voor 850 n.Chr. Ze zijn allemaal van na die datum, 9e, 10e en 11e eeuw.

Tavassoli vraagt of er dus gemiddeld een kloof van zo’n 1000 jaar tussen het origineel en de oudste kopieën zit. Jay Smith antwoordt dat de minst grote kloof 750 jaar is. De kloof bij vele is 1000 jaar, 1300 jaar, 1400 jaar, 800 jaar, maar niemand trekt die kopieën in twijfel. Maar de kopieën van het Nieuwe Testament worden door iedereen in twijfel getrokken lijkt het wel, terwijl we het hele Oude en Nieuwe Testament in het Grieks hebben met een kloof van slechts 300 jaar. Dat is meten met twee maten, vindt Jay Smith en dat is hypocriet. Fascinerend dat men daar geen vraagtekens bij zet.

Er is geen enkel geschrift dat dezelfde aanspraak kan maken als het Nieuwe Testament m.b.t. zijn ouderdom en autoriteit. We kunnen de manuscriptbewijzen opvoeren tegen deze selectieve norm voor betrouwbaarheid, maar er zijn ook nog andere zaken die we in kunnen zetten.

Allergrootste betrouwbaarheid

Maar voordat Dr. Jay Smith dit kan doen, maakt Sasan Tavassoli eerst een opmerking voor de kijkers.

Toen we in de Britse Bibliotheek waren en die manuscripten van dichtbij bekeken, was dat een moment dat ik nooit zal vergeten. Als we kijken naar het Griekse Nieuwe Testament dat we nu hebben dan zie je dat er in de voetnoten van dit moderne Nieuwe Testament wordt verwezen naar deze oude manuscripten. In de voetnoten staan verwijzingen naar vele tientallen andere manuscripten die ter observatie beschikbaar zijn in diverse musea en bibliotheken overal ter wereld.

Maar de twee belangrijkste manuscripten zagen we van dichtbij, hier in de bibliotheek. Dit zijn niet slechts museumstukken zoals we nu begrijpen. Ze werden gebruikt voor een wetenschappelijke editie van het Griekse Nieuwe Testament, waarvan we weten dat het zeer betrouwbaar is.

Vaak werpt men tegen dat de kopiist een fout gemaakt kan hebben, of iets weggelaten of toegevoegd heeft. Dat gaat echter niet op. Als er iets is, dan weten we dat, want we hebben zeer veel manuscripten waarmee we een nauwkeurige editie samen konden stellen. Dat maakte Sasan Tavassoli enthousiast. Geweldig.

Intrinsiek bewijs: de ooggetuigenverslagen

Jay Smith stelt voor om de ooggetuigenverslagen te bespreken. Er is intrinsiek bewijs dat eveneens aanwijsbaar is als je kijkt naar de evangelieverslagen. Lukas schrijft in de eerste drie verzen van het eerste hoofdstuk van het Lukas-evangelie: 'Ik stel te boek de zaken, die onder ons hun beslag hebben gekregen.' Hij bedoelt hier niet zichzelf. Hij heeft het over de discipelen. Hij benadrukt dat de discipelen al deze gebeurtenissen kunnen beamen. Dat is intrinsiek bewijs, aanwijsbaar voor de discipelen.

Handelingen 2:22. Dit is ook geschreven door Lukas. Hij schrijft aan Joden: '...een man, u van Godswege aangewezen... die God door Hem in uw midden verricht heeft, zoals gij zelf weet.' Jullie Joden, weten precies waar ik over schrijf want jullie waren erbij. Jullie hebben Jezus gezien. Jullie weten waar ik over schrijf.

Handelingen 26:24-26 spreekt over het verhoor van Paulus door Festus, een seculiere Romeins procurator en Herodes Agrippa, een seculiere Joodse koning die gerespecteerd werd door de andere Joden. Een Joodse autoriteit en een Romeinse autoriteit voor wie Paulus moest verschijnen. Dan zegt Paulus: 'Ik kan niet geloven, dat de koning iets van deze dingen onbekend is. Dit is immers niet in een uithoek geschied.' In feite zegt hij: Luister naar wat ik zeg. Kijk naar wat ik doe. Ik spreek de waarheid. Dit is immers niet in een uithoek geschied.

Het intrinsieke bewijs van de gebeurtenissen. De discipelen die bij Jezus waren, de Joden die alles met eigen ogen gezien hadden, een Romeinse procurator en een Joodse koning, die allebei wisten waar Paulus over sprak. Het was hen allemaal duidelijk omdat ze ooggetuigen waren. Dat is intrinsiek bewijs.

Extern bewijs

Hoe zit het met het bewijs van buitenaf? De onwillige verslagen. Dit zijn de verslagen zonder enig vooroordeel, zonder verborgen agenda, maar als zij spreken over christenen, dan merk je dat ze hen niet mogen. Ze zijn aanvallend en venijnig als ze over christenen, de volgelingen van Christus schrijven. Er zijn talloze voorbeelden van. Laten we er een paar bespreken.

Mensen als Thallus die in 52 n.Chr. in debat was, waarbij hij de dood van Christus noemde. Christus stierf in 33 n.Chr. Dus 20 jaar erna wordt er gedebatteerd over deze gebeurtenis, over het feit dat Christus stierf aan het kruis en dat de zon op dat moment verduisterd werd en de aarde beefde.

Tacitus, een Romeinse historicus die rond 80-84 n.Chr. schreef, 50 jaar na de kruisiging van Jezus, noemt de dood van Christus en dat het gebeurde in de tijd van Tiberius. De tijdsperiode komt dus overeen. Onder Pontius Pilatus in Judea. Dit bevestigt Lukas 3:1 exact.

Opstanding van Jezus

We hebben Flavius Josephus de grote Joodse historicus, die in Rome woonde, en die ons wellicht het beste materiaal geeft over de 1e eeuw en de gebeurtenissen daarin. Hij schreef tussen 90-95 n.Chr. Hij schreef over de dood van Jezus, over de dood van Jakobus, Zijn broer, over de dood van Johannes de Doper en hij verwees naar de christenen die over de opstanding spraken.

Dit wordt fel betwist. Historici houden niet van deze verwijzing naar de opstanding. Het is buiten de Bijbel de enige verwijzing naar de opstanding die we hebben. Ze zeggen dat het niet klopt, omdat het materiaal van Flavius Josephus van zo laat is (eind 1e eeuw) en omdat we de originele tekst niet meer hebben. Als dat het criterium is om de opstanding weg te laten dan kun je Herodotus weggooien, Thucydides, Aristoteles, Caesar, Plinius, Suetonius, Thallus, Tacitus. Gooi dan alles maar weg want er is niets van hen uit de 1e t/m 5e eeuw. De vroegste kopieën zijn uit de 9e eeuw. ‘Zie je de verborgen agenda?’ vraagt Smith aan Tavassoli. De inhoud bevalt ze niet. Gooi dan maar alles weg van Josephus stelt Smith voor. Waarom alleen deze kleine verwijzing naar de opstanding? Omdat de inhoud ze niet bevalt. Dat is hypocriet. Je houdt er dan een verborgen agenda op na.

Godheid van Jezus

We hebben Plinius Minor, een Romeinse autoriteit uit 112 n.Chr. Hij schreef over christenen die 'met elkaar voor Christus een beurtzang zingen als voor een God.' Al in de eerste eeuw zijn er dus bewijzen buiten de Bijbel naar de Godheid van Jezus. Hoewel het oudste kopie hiervan dus pas uit de 9e eeuw stamt, is bewezen dat hij begin 2e eeuw schreef.

Tavassoli vat samen: De christenen beschouwden Jezus dus niet slechts als een profeet, die mooi onderricht gaf, maar aanbaden Christus als God? Precies antwoordt Smith. De aanbidding van Jezus als God werd niet ingevoerd door Constantijn toen Rome onder invloed stond van het paganisme. Jezus werd niet als God aanbeden in reactie op dat paganisme. Vanaf het eerste begin aanbaden de christenen Jezus als God.

Smith wil nog een manuscript graag noemen en dit is een goed moment daarvoor.

Er is een zeer omstreden verwijzing in wat wij de Jezus-papyrus noemen die bewaard wordt in Oxford, in de bibliotheek van het Magdalen College. Het wordt ook wel de Magdalen-papyrus genoemd. Het gaat om drie stukjes perkament, aan beide kanten beschreven, met fragmenten uit Mattheüs 26. Er staat in het Grieks: Jezus is Heer. Dat is de vroegste verwijzing naar de Godheid van Jezus die we bezitten in een Bijbels manuscript.

Hoe zit het met de datering als we zeggen dat dit de vroegste verwijzing is?

Dr. Carsten Thiede heeft het gedateerd rond 68 n.Chr. Als dat zo is, is het zo'n 30 jaar na de kruisiging van Jezus geschreven. De eerste verwijzing dus naar Jezus' Godheid in een manuscript dat we op dit moment kunnen bekijken. Ook dit wordt fel betwist. Meer recent beweren geleerden dat het dateert van de 2e eeuw n.Chr. Niettemin bevestigt het dan nog wat we ook bij Plinius Minor zien, die geen christen was. Het is een bron buiten de Bijbel die de Godheid van Christus noemt, samen met het Jezus-manuscript, de papyrus uit het Magdalen College.

Onuitvoerbare vervalsing

Laten we het nu over de vertalingen hebben. Zoals we ook in de vorige aflevering zagen, beweren vooral moslims dat we onze Bijbel hebben vervalst rond de 7e eeuw of na de 7e eeuw. Jay Smith zegt dat wie daarover gaat twijfelen eens naar het enorme aantal vertalingen moet kijken waarover we beschikken. We beschikken over 15.000 manuscripten die in elf verschillende talen zijn geschreven.

  • 10.000 manuscripten in het Latijn vanaf 150 n.Chr.
  • 350 manuscripten in het Aramees vanaf de 2e eeuw n.Chr.
  • 100 Koptische manuscripten, een Egyptische taal  vanaf de 3e eeuw.
  • 2500 manuscripten in het Armeens vanaf 400 n.Chr.
  • 6 manuscripten in het Gotisch vanaf de 4e eeuw.
  • 4000 manuscripten in het Georgisch en het Slavisch vanaf de 5e eeuw n.Chr.
  • 2000 in het Ethiopisch vanaf de 6e eeuw.
  • Een enorm aantal in het Nubisch vanaf de 6e eeuw. Allemaal geschreven voor de Koran voor het eerst verscheen, dus voor de 7e eeuw.
  • Bovendien hebben we nog 75 manuscripten in het Arabisch, 2 in het Perzisch, en één in het Frankisch.

Als we even terug stappen zien we waarover het gaat. Elf verschillende talen en 15.000 manuscripten. Als we het Nieuwe Testament wilden vervalsen voor de 7e eeuw of na de 7e eeuw, zoals de meesten beweren dan moesten we 15.000 manuscripten in al die elf talen vervalsen zonder dat iemand ervan te weten kwam en zonder in staat te zijn om zo'n vervalsing aan te wijzen. Zo'n vervalsing is onuitvoerbaar groot. Het christendom was vanaf het begin een zendingsbeweging. Ze verspreidden zich en vertaalden het Evangelie in alle talen omdat ze Christus' liefde bekend wilden maken. Het Nieuwe Testament is geschreven in het Grieks en vervolgens vertaald. We hebben dus manuscriptbewijzen.

Universaliteit

Jay Smith vraagt aan Sasan Tavassoli wat dit hem allemaal vertelt over de universaliteit van het Evangelie.

Voor Tavassoli is het duidelijk dat het geldt voor alle mensen uit alle tijden. Hier is wat Christus zei en deed. Het staat in manuscripten die vertaald kunnen worden in elke andere taal. Moslims zeggen voortdurend: 'U kunt de Koran niet begrijpen als u die niet in het Arabisch leest. Hij moet in de oorspronkelijke taal gelezen worden. In elke andere taal is het niet de Koran'. Dat zeggen wij nooit over de Bijbel. De Bijbel kan vertaald worden in elke taal. Dat vertelt dat de Bijbel Gods universele openbaring is. God wil tot ons spreken in onze eigen taal. God openbaart Zichzelf in de Griekse taal, de Hebreeuwse taal en in het Aramees, maar Hij wil dat ieder mens het begrijpt in elke taal. Zeg nooit dat je Gods Woord niet kunt begrijpen in het Engels. Natuurlijk wel. Je kunt het begrijpen in elke taal.

Bewijs uit oude liturgieën

Behalve de vertalingen hebben we ook de lectionaria. In de 6e eeuw nam de kerk een gedeelte uit het Nieuwe Testament om daar tijdens de samenkomsten in de liturgie uit te spreken. Zoals de hymneboeken die wij tegenwoordig gebruiken. Het werd elke zondag herhaald. Die lectionaria uit de 6e eeuw hebben we nog. Honderd jaar voor de Koran werd geschreven. We beschikken over 2.135 lectionaria die exact overeenkomen met het Nieuwe Testament. Deze lectionaria vormen opnieuw een bewijs. Maar het beste moet nog komen. En wat is het beste?

Bewijs uit citaten kerkvaders

Het maakt Smith echt enthousiast. Het gaat om de citaten van de vroegchristelijke kerkvaders. Eerst wat achtergrondinformatie. Vanaf het moment dat de Evangeliën geschreven waren en de 27 canonieke boeken gebruikt werden stonden er sektarische groepen op. Dat gebeurt in elke godsdienst. Ook de islam. Elk geloof kent groepen die niet houden van de orthodoxe geschriften. Ze maken hun eigen geschriften. Dit begon al in de 2e eeuw. We weten dat deze onbetrouwbaar zijn, ook omdat ze zo laat geschreven zijn en dat de inhoud zo afwijkt.

Toen ze verschenen, kwamen de vroegchristelijke kerkvaders, de kerkleiders, onmiddellijk in actie. Zij waren verantwoordelijk, een soort imams van de kerk. Ze vochten het onmiddellijk aan. De beste manier om dat te doen is door het Nieuwe Testament te citeren. De kerkvaders ontkrachtten alles met verzen uit het Nieuwe Testament en legden beide geschriften naast elkaar. In de lijn van ‘Gnostische, docetische, monarchische en historische schrijvers zeggen dit, maar het Nieuwe Testament zegt dit. Vergelijk het maar. Het vroegste verslag zegt dat Christus stierf aan het kruis. Hier is een gnostisch geschrift dat de Godheid van Jezus ontkent. Lees allemaal zelf de Bijbelse verzen maar, dan ziet u wat betrouwbaar is en wat onrechtzinnig is.'. Zonder te beseffen hoe waardevol dit zou zijn, lieten de kerkvaders zo documenten van de nieuwtestamentische tekst na.

Verzamelen vroege citaten

Twee onderzoekers verzamelden zoveel mogelijk fragmenten. Sir David Dalrymple uit Groot-Brittannië was een van hen en hij verzamelde zoveel mogelijk citaten van deze vroegchristelijke kerkvaders. Hij vond er maar liefst 86.489. Dat zijn enorm veel citaten.

Veel daarvan zijn van later datum, dus wilde Dr. Dean Burgon weten hoeveel van die citaten dateerden van voor de 4e eeuw en daarmee van voor de Sinaïticus en de Alexandrinus die de vroegste manuscripten zijn, waar niemand aan twijfelt. En ook voor het Concilie van Nicea toen de 27 brieven werden verzameld en voor het Concilie van Chalcedon waar je de eerste verwijzing aantreft naar de canonieke tekst. We bespreken de canon later.

Het onderzoek wilde alleen de citaten van voor die concilies. Daaruit kwamen erg veel citaten van de vroege kerkvaders. Hier een opsomming:

  • Justinus de Martelaar met 330 citaten
  • Ireneüs met 1.800 citaten
  • Clemens van Alexandrië met 2.400 citaten
  • Origenes, bijna 18.000 citaten uit de 27 brieven van het Nieuwe Testament
  • Tertullianus met 7.200 citaten
  • Hippolytus met 1.400 citaten
  • Eusebius met 5.175 citaten

Tel ze bij elkaar op en je krijgt 36.289 citaten allemaal van voor de 4e eeuw.

Ongeëvenaarde autoriteit

Dr. Burgon ging een stap verder. Hoeveel van het Nieuwe Testament beslaan deze citaten? Hij zette de citaten in chronologische volgorde van Mattheüs tot Openbaring. Door ze in chronologische volgorde te plaatsen kon hij het hele Nieuwe Testament voortbrengen op 11 verzen na. Het Nieuwe Testament heeft ruim 5.000 verzen. Hij kon het hele Nieuwe Testament voortbrengen met deze citaten op 11 onbeduidende verzen na!

Dat betekent dat we zelfs de 24.000 manuscripten kunnen vergeten als noodzakelijke bron. We hebben ze niet meer nodig. Vergeet ook de 15.000 vertalingen. We hebben ze niet meer nodig. Vergeet de 2.135 lectionaria. Vergeet de onwillige verslagen, de intrinsieke bewijzen. Neem alleen deze citaten van voor de 4e eeuw en je kunt er het hele Nieuwe Testament mee voortbrengen. En wel 300 jaar voor de Koran geschreven werd! Dat is ongehoord. Geen enkel boek, kerkelijk of niet- kerkelijk, kan zo'n aanspraak maken en heeft zoveel autoriteit.

Hoe kan iemand zeggen dat het Nieuwe Testament vervalst is?

Alle 36.289 citaten moeten dan voor de 4e eeuw herschreven en gecorrigeerd zijn, terwijl de Koran pas 3 eeuwen later zou verschijnen. Hoe konden ze weten wat ze moesten vervalsen, waar ze de verwijzingen naar Mohammed en Allah moesten verwijderen en al het andere dat in strijd zou zijn met de Koran?

‘Hoe kun je zo'n enorme vervalsing zelfs maar overwegen? Kijk toch naar al die bewijzen!’ roept Dr. Jay Smith uit. Als iemand zegt dat christenen de Bijbel vervalst hebben, dan laat hij ze al die bewijzen zien:

  • 24.000 manuscripten
  • 15.000 vertalingen in 11 verschillende talen
  • 2.135 lectionaria
  • 36.289 citaten, allemaal van voor de 4e eeuw.

Daar kan geen boek tegen op.  Dank God voor de autoriteit van de Bijbel.

Wordt vervolgd

Dr. Sasan Tavassoli hoopt dat wij als kijkers de serie interessant vinden. Hij dringt aan om ook de volgende aflevering te bekijken.

 
Info: Schreeuw om Leven  -  Woonbijbel
 
DO013 1. Genesis en de rol van de geschiedenis - 28 minuten
DO014 2. Genesis: Ur, Sodom en Gomorra – 28 minuten

Laat uw reactie achter