Pro Life
You can click at the top right on "Select Language" to select your language - U kunt rechtsboven klikken op "Select Language" voor uw eigen taal
< Terug

DO018 De Bijbel. Hoe oordeelt de geschiedenis erover - Aflevering 06: De Nieuw-Testamentische manuscripten

De Bijbel, het belangrijkste en populairste boek uit de menselijke geschiedenis. Essentieel in het judaïsme, christendom en de islam. Is het betrouwbaar? Vertrouwt u het en zou u het moeten vertrouwen? Doe mee met deze rondleiding door het Brits Museum en de Britse Bibliotheek met Sasan Tavassoli en Jay Smith in "De Bijbel, hoe oordeelt de geschiedenis erover", Aflevering  06: De Nieuw-Testamentische manuscripten.

Introductie

Welkom bij de nieuwe aflevering over het Brits Museum en de Bijbel,  zegt Sasan Tavassoli weer. Hij hoopt dat de serie ons bevalt. We praten nu verder met dr. Jay Smith over geschiedenis en de Bijbel.

Authenticiteit van manuscripten

We gaan in deze aflevering meteen naar de bovenste verdieping, maar kamer 68.

Smith begint met een samenvatting. We spraken tot nu toe over de Bijbel, we bespraken de Assyrische, Babylonische en Perzische perioden. We bespraken het boek Genesis, de tijd van Abraham, Mozes en David. We bekeken zo hét boek dat de openbaring van God is voor het christendom. Klopt het allemaal wel?

We moeten dezelfde vragen stellen voor alle godsdienstige boeken, waaronder het religieuze boek van de moslims, de Koran. Laten we ook van de Koran eens zien wat de manuscripten ons vertellen. Kunnen ze de authenticiteit bewijzen?

De Koran

Moslims zeggen dat de Koran werd samengesteld door Zaid ibn Thabit in de tijd van Uthman halverwege de 7e eeuw n.Chr. Rond 650 n.Chr.

Zijn er originelen van de Korantekst is de vraag? Er is geen reden waarom die er niet zouden zijn want het is recente geschiedenis. We spreken over 14 eeuwen terug. Maar het probleem is dat we geen originelen kunnen vinden. Moslims zeggen dat er 2 originelen zijn. Het Topkapi Manuscript dat gevonden is in Istanboel, Turkije, wat een origineel manuscript van Uthman moet zijn. En het tweede is het Tashkent Manuscript of het Samarkand Manuscript, gevonden in Tashkent, Oezbekistan, wat het tweede van de vier originele manuscripten moet zijn, die samengesteld werden in de tijd van Uthman door Zaid ibn Thabit rond 650 n.Chr.

Manuscripten

Hoe weten we of deze twee manuscripten authentiek zijn?

Een van de beste dingen die we kunnen doen om dat te bewijzen is andere documenten te vinden die de authenticiteit bevestigen. Het probleem is dat we ze niet kunnen vinden. Er bestaan geen andere documenten uit de 7e eeuw. Wat kunnen we dan nog doen?

Munten

De tweede stap in het onderzoek is om dan de muntstukken uit die tijd te bekijken. De reden daarvoor is dat munten niet desintegreren en uiteenvallen zoals papier. Ze zijn dus authentiek en ongerept. Heel geschikt dus om het opschrift op de munten te bestuderen, om te zien hoe het schrift zich ontwikkelt. Dr. Venetia Porter heeft hier in het Brits Museum, in kamer 66 op de bovenste verdieping uitstekend werk verzet door de gevonden munten in volgorde in de tijd te plaatsen, zoals Jay Smith op een paneel laat zien. Jay Smith vestigt onze aandacht op de bovenste twee munten. De nummers 1 en 2. Het zijn Byzantijnse munten, Byzantijnse dinars met voorop een keizer met twee bedienden aan elke kant van hem en achterop een Byzantijns kruis. Toen de Arabieren de macht overnamen in dat deel van de wereld, brachten zij dezelfde munten voort (de munten 3 en 4) met daarop geen keizer, maar een kalief met twee bedienden aan weerszijden van hem en op de achterkant staat niet meer het volledige Byzantijnse kruis, want de dwarsbalk is weg. Dat zijn munten van de Umajjaden Dynastie, die grotendeels dezelfde munten bleven gebruiken. Ze lijken op elkaar, maar zijn niet precies gelijk.

Afbeeldingen

Maar Jay Smith legt ons hier een vraag voor: Is het moslims toegestaan om afbeeldingen op hun munten te zetten? Mogen ze überhaupt afbeeldingen hebben? Het antwoord is een absoluut nee.

Een interessante vraag is dan wat die afbeeldingen dan op die munten doen? Smith wijst ons op de munten 9 en 10, even lager in het overzicht. Dat zijn munten van Abd al-Malik uit 692 n.Chr. Daarop is te zien dat de afbeeldingen nog in de late 7e eeuw bestaan. Rechts daarvan is een grotere munt te zien met een afbeelding van Abd al-Malik zelf. Hij regeerde van 685-705 n.Chr. Achterin de 7e eeuw dus. Waarom heeft hij zijn beeltenis op die munt gezet als dat als een anathema in de islam wordt beschouwd?

Het suggereert dat het probleem rond iconoclasme (afbeeldingen ergens op plaatsen) nog niet bestond aan het begin van de islam. Dat dit probleem pas veel later in de islam werd toegevoegd. Dat is nogal een uitspraak. Als deze theologische verwijzing naar iconoclasme veranderde door de tijd, waarom dan niet ook de manuscripten zelf? Dat is een probleem.

Praktijk van de heersers

Tavassoli en Smith bespreken dit eerst weer in de Westminster Chapel. Smith herinnert aan de eerste twee munten in de verzameling in kamer 66 van het Brits Museum. Het zijn Byzantijnse dinars met de Byzantijnse keizer erop. Daaropvolgend staat de eerste Arabische munt die geslagen werd rond 642 n.Chr. in de tijd van de Omajjaden. De eerste dinar die door de Arabieren werd geslagen. Ik leg later uit waarom ik 'Arabieren' zeg.

Bekijk die munt eens. De Byzantijnse keizer is vervangen door de Arabische kalief. Dat is een goed voorbeeld van hoe het in de geschiedenis werkt. De nieuwe heersers hielden om praktische reden dezelfde munt, maar wilden geen enkele verwijzing naar de Byzantijnse keizer dus kwam hun eigen kalief erop. Dat is normaal in de geschiedenis en hiervan is voorbeeld op voorbeeld op voorbeeld te zien. Censuur is er dus altijd geweest. Je wilt ervoor zorgen dat jij op die munt komt, dat jouw God en jouw erfenis wordt doorgegeven. Je wilt geen verwijzingen naar andere volken en naar hun goden in je nalatenschap.

Het unieke van de Bijbel

Waarom doet de Bijbel niet mee aan deze algemene handelwijze van oude heersers?

De Bijbel geeft ons het hele verhaal. Dat is de schoonheid ervan. De Bijbel laat zien hoe God samenwerkt met de mens. De Bijbel gaat vooral over die relatie. Maar tegelijk laat het af en toe pijnlijk eerlijk zien, dat de inhoud van de Bijbel betrouwbaar is. De Bijbel geeft toe dat de Israëlieten ook andere goden naliepen. De Bijbel spreekt over de afgod Baäl en over de Israëlieten die afdwaalden en hun relatie met God verkwistten. De Bijbel geeft dat gewoon toe. Ook wat de grote mannen van Israël betreft, de koningen, de vaders van het geloof. De Bijbel noemt hun goede en slechte kanten. De zonden van David, van Salomo. Hun misstappen staan erin, hoe pijnlijk ook voor de Israëlieten en daarom kan ik de Bijbel vertrouwen. Was het gebaseerd op mondelinge overlevering, dan zouden de Israëlieten alle debacles uit het verleden hebben weggelaten.

Het feit dat elke zonde staat opgetekend voor het nageslacht en niet is weggepoetst, bewijst de accuratesse van elk detail maar ook dat we te maken hebben met een ander soort lectuur die laat zien hoe goddeloos de mens is en hoe wij moeten terugkeren tot God.

En het Nieuwe Testament dan?

Maar dr. Sasan Tavassoli werpt als voormalig moslim dr. Jay Smith hier een probleem voor de voeten. Onze moslimvrienden beschuldigen ons vaak, dat ons Nieuwe Testament wel een vervalsing is. Een gecorrumpeerde tekst. Het zou niet betrouwbaar zijn. De moslims noemen dat tharif (vervorming in het Arabisch). Tavassoli vraagt Dr. Jay Smith hoe hij als specialist op dit gebied, reageert op die aanklacht die moslims zo vaak uiten?

Jay Smith zegt dat het een belangrijke kwestie is omdat de moslims zich vooral richten op het Nieuwe Testament. Ze zeggen weinig over het Oude Testament, omdat er veel overeenstemming is met de Koran. Er zijn weinig verwijzingen in de Koran die specifiek in strijd zijn met de tekst van het Oude Testament, behalve de kwestie rond Izaäk en Ismaël. Er is onenigheid over wie Abraham wilde offeren.

Het gaat ze vooral om de persoon van Jezus Christus. Over wat wij over Hem zeggen en wat de Koran over Hem zegt. Laten we ons daarop dus richten.

Als men Jay Smith dit vraagt reageert hij doorgaans eerst met een wedervraag. Aan iemand die gelooft wat de moslims zeggen over de vervalsing van het Nieuwe Testament, vraagt hij dan: waar en wanneer moet deze vervalsing zijn ingevoerd? Meest is het antwoord dan dat ze niet weten waar, maar ergens voor de tijd van de profeet Mohammed moeten de christenen het Nieuwe Testament hebben vervalst. Voor de 7e eeuw dus. Dan verwijst Smith ze naar hun eigen Koran. Als moslim is de Koran je gezag. Is er een vers in de Koran dat suggereert dat er zo’n vervalsing van het Nieuwe Testament is geweest? Is er een vers in de Koran dat moslims daarvoor waarschuwt? Je zou denken dat de Koran veel dingen zegt over de vervalsing van de Bijbel. Als er zoveel tegenstrijdigheden zijn tussen de Koran en het Nieuwe Testament, dan moet ervoor gewaarschuwd worden.

Wat zegt de Koran zelf?

Jay Smith kan niet alle verzen uit de Koran met ons bespreken (dat moeten we maar in onze eigen tijd doen), maar noemt vijf verzen die we later ook zelf op kunnen slaan.

  • Kijk naar Soera 10:94 en Soera 21:7. Ze zeggen hetzelfde. Als u een vraag hebt, ga dan naar de mensen van het Boek, naar de mensen van de Tawrat en de Injil. (Het Oude en het Nieuwe Testament.)
  • Soera 29:46 is nog beter. Er staat dat moslims niet moeten twisten met christenen. Jay Smith lacht dat zijn moslim discussiegenoten niet met hem mogen twisten. Omdat hem de Tawrat van Mozes en de Injil van Jezus Christus zijn gegeven.
  • Soera 4:136 zegt tegen moslims: Ga naar het Boek, dat God voordien openbaarde. (Daar worden de Tawrat en de Injil bedoeld.) Want zij zijn tekenen voor u.
  • Soera 5:46, 47, 68 vertellen ons als christen om onze Geschriften erop na te slaan, omdat dit tekenen voor ons zijn.

Dit zijn vijf verzen die niet betwisten dat je de Bijbel als eerder geopenbaard geschrift moet vertrouwen, op moet slaan en bij vragen moet lezen en als hulpmiddel moet gebruiken om je eigen Geschriften te begrijpen. Jay Smith vraagt vervolgens aan elke moslim waarmee hij discussieert – en hij geeft die uitdaging al 25 jaar – om één vers te laten zien dat zegt dat de eerdere Geschriften (de Bijbel) vervalst zijn. Dat vinden ze niet.

Dr. Tavassoli wil het zeker weten en vraagt of Jay Smith hier werkelijk zegt dat de Koran heel positief staat tegenover het Oude en Nieuwe Testament, de Injil en de Tawrat.

Jay Smith bevestigt dit absoluut. De Koran geeft gezag aan het Oude én Nieuwe Testament, wat moslims de Injil noemen. Er bestaat dus absoluut geen autoriteit voor dat soort beschuldigingen van corruptie van de Bijbel. Noch in de Koran, noch in de hadith, noch in de tafsir, noch in de soenna. De laatste drie zijn de tradities en die spreken er dus ook niet over.

Er waren wel debatten tussen moslims en christenen in de 7e en 8e eeuw, met name in de 8e eeuw. Ze suggereren dan al wel dat er sprake is van vervalsing, maar de theologie van een oude vervalsing van de Bijbel werd pas in werking gesteld door de islam in de 11e eeuw n.Chr. door Ibn Hazm. Hij was de eerste die dat opnam in de theologie van de islam. Het is dus een heel late theologie die stelt dat er van vervalsing van de Bijbel sprake is. Het lijkt erop dat toen ze het Nieuwe Testament uiteindelijk lazen en de tegenstrijdigheden zagen, ze wel met zo'n theologie moesten komen.

Een late vervalsing van het Nieuwe Testament?

Maar Tavassoli lijkt een oplossing te hebben. Stel namelijk dat een moslim zegt dat de Bijbel niet voor de 7e eeuw vervalst werd, dus voor de profeet Mohammed, maar na de 7e eeuw.

Dat is precies wat moslims doen. Als het niet voor de 7e eeuw kan zijn dan moet het ergens na de 7e eeuw gebeurd zijn. Wij moeten in dat geval als christenen met een bron van gezag komen die bevestigt dat ons Nieuwe Testament niet veranderd is sinds de 7e eeuw. We hebben daar een hele reeks bewijzen voor.

Laten we wat bewijzen doornemen. We bespreken er acht of negen. We behandelen ze één voor één en we zullen zien wat zij ons vertellen over de autoriteit van het Nieuwe Testament.

Datering van het Nieuwe Testament

Laten we eerst over de datering spreken. Want moslims zeggen dat we niet zeker weten of de 27 boeken van het Nieuwe Testament wel geschreven zijn in de eerste eeuw. Er zijn vrijzinnige geleerden die zeggen dat veel boeken van het Nieuwe Testament geschreven moeten zijn in de 2e, 3e en zelfs de 4e eeuw n.Chr. Voor Dr. Jay Smith is dat ongelooflijk. Hoe kunnen ze zoiets nu nog beweren?

Originelen

Een eerste vraag is wat het beste werk is dat verricht is met betrekking tot de datering van het Nieuwe Testament.

Het probleem is dat wij niet over de originelen beschikken. De reden is heel eenvoudig. De hedendaagse technologie van papier, velijn of perkament bestond niet in de 1e eeuw. Er was in die tijd geen materiaal dat 2000 jaar kon meegaan. Men was in die tijd afhankelijk van papyrus, ‘papier’ gemaakt uit de bladeren van de papyrusplant uit Egypte. In Egypte werd deze techniek geperfectioneerd. De bladeren werden op elkaar gelegd gedroogd, aangestampt, zodat er een soort boekrol ontstond. Ze werden opgerold en waren erg lang. Daarop schreven ze met stiletten. De moeilijkheid met papyrus is dat het droog wordt en uiteen valt. In de Britse Bibliotheek laat Jay Smith ons straks wat papyrusfragmenten zien die daar te bezichtigen zijn. Je kunt zien dat die fragmenten heel broos zijn. Na ongeveer 200 jaar valt papyrus uiteen. Alle originelen zijn daarom eeuwen terug al uiteengevallen. Ze konden simpelweg niet 2000 jaar mee. Er zijn uitzonderingen, zoals we zien met de Dode-Zeerollen die gevonden werden in 1947 in de grotten rond Qumran. Een herdersjongen gooide stenen in een grot, waarop hij een kruik hoorde breken. Hij ging kijken wat het was en vond die kruiken. Toen men de manuscripten daarin bekeek, bleken ze van papyrus, daterend van de 2e eeuw v.Chr. tot de eerste eeuw n.Chr. Toen ze deze uitrolden, bleken veel manuscripten Bijbelse teksten te zijn. Niet allemaal. Er zaten veel teksten tussen van de gemeenschap van de Essenen die daar in die buurt woonden. Denk aan teksten met commentaren op de Bijbel, maar die teksten waren onrechtzinnig want de Essenen waren niet bepaald orthodox. Behalve die eigen teksten, waren er fragmenten van vrijwel alle boeken van het Oude Testament, ook het volledige manuscript van Jesaja. Dat was een grote vondst, omdat deze tekst, de tekst van het boek Jesaja uit de Masoretische traditie (die wij nu als autoriteit gebruiken en die dateert van 914 n.Chr.) ondersteunt. Het bleek om vrijwel exact dezelfde tekst te gaan. De tekst was 1000 jaar onveranderd gebleven. Het is dezelfde compositie.

Daarom verwachten wij niet de originelen te zullen vinden. Tenzij er ergens nog meer oude teksten onberoerd in grotten liggen, in een koele omgeving onder zeeniveau. Maar dat is niet het geval met de meeste manuscripten. Ze worden betast en voorgelezen en vallen uiteen. Voordat ze uiteenvallen worden ze overgeschreven. Dat gebeurde om de 100 tot 150 jaar. Er zijn dus heel veel generaties aan teksten.

Maar datering op basis van originelen is duidelijk een probleem. Hoe zit het met de datum waarop ze geschreven werden?

Wanneer zijn de originelen geschreven?

De beste manier is om te kijken naar de intrinsieke bewijzen in de Bijbelboeken zelf. Er zijn veel manieren om te dateren.

Handelingen

De meest historische brief in het Nieuwe Testament en daarom ook het beste om mee te beginnen, is het boek Handelingen. De handelingen der apostelen. Het gaat om een historische brief met plaatsen, namen, gebeurtenissen en data. Laten we specifieker zijn en beginnen met Handelingen 18:12. Misschien wel de beste plek om te starten. Hier wordt verwezen naar een persoon, Gallio die een proconsul was. Er staat: Gallio de landvoogd, of stadhouder. De proconsul. Men trok dat in twijfel, omdat historicus Plinius Minor die leefde van 61-113 n.Chr. uitgebreid over Gallio schreef maar hem nooit als proconsul heeft beschreven. Historici concludeerden dat wie de auteur van Handelingen ook was, hij zich vergiste en dat Handelingen waarschijnlijk achteraf geschreven moet zijn in de 2e eeuw. Een terugredactie naar de 1e eeuw dus. Maar de auteur moet dan niet geweten hebben waar hij over sprak. Plinius Minor schreef eerder en stond dichter bij de gebeurtenis, dus die zou het wel bij het rechte eind hebben.

Deze mening werd geuit voordat de Delphi-inscriptie werd gevonden in Delphi in Centraal Griekenland. Toen ze die inscriptie vonden werd erin verwezen naar Gallio, die slechts één jaar landvoogd was geweest in 52 n.Chr. Precies de juiste tijd. Dat ene jaartje verklaart dat Plinius dit over het hoofd kan hebben gezien en het bewijst dat de auteur van Handelingen het juist had. Gallio was inderdaad proconsul, zei het voor slechts één jaar. Het bewees dat de auteur van Handelingen in die tijd geleefd moet hebben, rond 52 n.Chr.

Veel gebeurtenissen, die de eerste gemeente zijn overkomen staan niet beschreven in het boek Handelingen. Gebeurtenissen die eigenlijk wel beschreven zouden moeten geworden zijn vanwege hun enorme impact op de gemeente. Denk aan de marteldood van Jacobus in 62 n.Chr. Of de marteldood van Paulus in 64 n.Chr. Of de marteldood van Petrus in 65 n.Chr. Of de opstand van de Joden in Jeruzalem in 66 n.Chr. en de verwoesting van Jeruzalem in 70 n.Chr. Waarom staat dat niet in Handelingen? Handelingen is toch het boek bij uitstek dat spreekt over de geschiedenis van de eerste gemeente. De enige reden kan zijn dat het voor die tijd werd geschreven.  Het bewijst voor ieder die het accepteren wil dat het boek Handelingen afgerond werd voor die gebeurtenissen. Dit geeft ons een tijdraam waarbinnen de brief Handelingen dan geschreven moet zijn. Dat moet na 52 n.Chr. zijn, want Gallio was toen proconsul, landvoogd en voor 62 n.Chr. toen Jacobus stierf. Christus stierf in 33 n.Chr. Dat betekent dat binnen 20 tot 25 jaar na de dood van Christus het Bijbelboek Handelingen geschreven moet zijn.

Mattheus, Markus, Lukas en alle brieven van Paulus

We weten ook dat het Bijbelboek Lukas voor Handelingen werd geschreven door dezelfde auteur, Lukas.

Dat plaatst het ontstaan van Lukas, Mattheüs en Markus, de drie eerste Bijbelboeken van het Nieuwe Testament die in dezelfde tijd werden geschreven, voor 52 n.Chr. waarvan Markus de eerste was die zijn herinneringen vastlegde. Deze drie Evangeliën werden dus binnen 20 jaar na Jezus' dood geschreven.

Verder werden al de brieven van Paulus 15 tot 20 jaar na Jezus' dood geschreven. Dat staat vast, maar Jay Smith heeft helaas in deze uitzending geen tijd om dat te bewijzen.

We hebben dus drie Evangeliën en alle brieven van Paulus, plus Handelingen die in deze tijd geschreven werden, zo kort na de dood van Jezus. Johannes werd pas veel later geschreven, zo rond 70-80 n.Chr.

Het punt is dat drie Evangeliën, Handelingen en al Paulus' brieven werden geschreven toen de discipelen nog in Jeruzalem woonden. Ze werden uiterlijk pas na 70 n.Chr., bij de verwoesting van Jeruzalem, daaruit verdreven. Dat is belangrijk om te weten. Dat betekent namelijk dat drie synoptische Evangeliën (synoptisch: die alle drie over hetzelfde schrijven, namelijk het leven van Jezus Christus) plus Handelingen en Paulus' brieven geschreven werden door de apostelen die met Jezus hadden geleefd en ooggetuigen waren.

Lukas was overigens geen ooggetuige. Hij was er niet bij. Hij kende Jezus niet. Hij zegt dat in de eerste drie verzen van Lukas 1. Hij zegt in zijn aanhef aan Theofilus dat hij alle verslagen van de ooggetuigen naarstig onderzocht en te boek gesteld heeft. Lukas vraagt om correctie als hij zich mocht vergist hebben. Hij zegt als het ware tegen de ooggetuigen dat het hun verslag is. Hij heeft het van hen gekregen. Alleen zij kunnen bevestigen of dit alles echt gebeurd is, of Jezus dit alles echt gezegd heeft. In feite vraagt hij om een bevestiging en samenwerking met de verschillende ooggetuigen. Dat maakt Jay Smith enthousiast. Dat vertelt hem dat we het kunnen vertrouwen. Het werd geschreven terwijl de mensen die Jezus kenden nog leefden en niet lang daarna. Het werd geschreven toen de discipelen nog in Jeruzalem woonden.

Wat de datering betreft twijfelt niemand of ze gezaghebbend zijn.

Details uit Lukas

De volgende vraag heeft betrekking op de manuscripten zelf. Welke manuscripten hebben we?

Sasan Tavassoli valt Smith even in de rede. Hij wijst op een boek ‘Evidence That Demands A Verdict’ (Bewijzen die een vonnis eisen) van Josh McDowell die duidelijk maakt dat we de historiciteit van Handelingen echt kunnen vertrouwen. Zelfs niet-kerkelijke specialisten in de Romeinse geschiedenis bevestigen dat Lukas een betrouwbaar auteur is. Tavassoli werd net herinnerd aan dat boek van Josh McDowell. Als moslim onderzocht hij in zijn tienerjaren de aanspraken die de Bijbel maakt. Hij las dit boek van Josh McDowell en ook zijn boek 'More Than A Carpenter’ (Meer dan een Timmerman). Ze bevestigen de historiciteit van het Nieuwe Testament. Dat bewijs is zo sterk dat zelfs niet-kerkelijke historici zeggen dat ze geen reden hebben om te twijfelen aan de hoogste betrouwbaarheid van Lukas als historicus. We kunnen de historische aanspraken van Lukas en Handelingen over de eerste gemeente vertrouwen.

Jay Smith beaamt dat en stelt voor om verder in te gaan op details van wat Lukas schreef. Daarvoor moeten we de Bijbelboeken Handelingen en Lukas onderzoeken. Laten we wat voorbeelden doornemen waarom Lukas zo betrouwbaar blijkt te zijn.

Politarchen

Kijk bijvoorbeeld naar wat Lukas zegt over de politarchen. Hij zegt dat de politarchen de stadsbestuurders waren van de stad Tessalonica in Handelingen 17:6. Historici trokken dat altijd in twijfel. Totdat er 19 inscripties werden gevonden, die bevestigen dat er politarchen als stadsbestuurders optraden. Vijf van die inscripties werden gevonden in Tessalonica. Het bevestigt precies wat Lukas schreef.

Pretoren

Lukas spreekt ook over de bestuurders van Filippi die hij 'pretoren' noemt. De naam die in de meeste inscripties echter werd gevonden, was 'duumuir'. Hoe kon Lukas zich zo erg vergissen? Wat we nu weten is dat de vroegere naam voor een Romeins bestuurder 'pretor' is. 'Duumuir' werd veel later pas ingevoerd. Het bevestigt niet alleen dat Lukas de auteur kan zijn, maar ook dat het gaat om een vroeg auteurschap. Een latere auteur zou 'duumuir' gebruikt hebben.

Gallio

Ik noemde al het voorbeeld van Gallio de landvoogd, een geweldig voorbeeld dat bewijst dat Lukas nauwkeuriger is dan Plinius Minor en dat hij de Handelingenbrief tussen 52-62 n.Chr. geschreven heeft op zijn laatst dertig jaar na de dood van Jezus Christus als Jezus in 33 n.Chr. stierf.

Quirinius

Nog een voorbeeld. Lukas gebruikt de naam Quirinius in hoofdstuk 2:2 voor de gouverneur van Syrië. Maar als Quirinius gouverneur van Syrië was toen Jezus geboren werd, dan vergiste Lukas zich 4 tot 10 jaar zeiden de Bijbelcritici. Maar toen werd er een inscriptie gevonden in Antiochië, die bevestigt dat Quirinius gouverneur van Syrië was, toen Jezus geboren werd.

Het zijn deze kunstvoorwerpen, die de afgelopen 150 jaar ontdekt zijn die de historiciteit van Handelingen en het auteurschap van Lukas bevestigen. En ook dat dit auteurschap erg vroeg was, namelijk uit de eerste eeuw.

Jay Smith noemt een geweldig citaat van F.F. Bruce, waarschijnlijk de grootste hedendaagse autoriteit op het gebied van de vroegste 200 nieuwtestamentische manuscripten. Bruce zegt: 'Waar Lukas beschuldigd is van onjuistheid, en zijn juistheid is aangetoond door inscripties, mogen we zeggen dat de archeologie het nieuwtestamentische verslag heeft bevestigd.' F.F. Bruce trekt die conclusie als grootste autoriteit en wie maakt er dan nog problemen? Jay Smith trekt die conclusie ook.

Ook betrouwbare overlevering van de manuscripten?

Maar Dr. Tavassoli is niet zomaar tevreden. Akkoord, er zijn dus auteurs van delen uit het Nieuwe Testament die ooggetuigen waren en hun nauwkeurigheid bewezen hebben aan de hand van hun historiciteit, maar hoe kunnen we er zeker van zijn dat hun manuscripten juist zijn gekopieerd?

Jay Smith wijst erop dat manuscriptbewijs lastig blijft, omdat we niet beschikken over de originelen. De originelen zijn vergaan. Pas in de 4e eeuw werd de technologie van velijn en perkament alom gebruikt. Dierenhuid werd geweekt en gedroogd, waarna erop geschreven kon worden. Voor de 4e eeuw was er geen materiaal dat zolang meeging en dat is de moeilijkheid.

Over hoeveel manuscripten spreken we? In totaal gaat het om 24.000 manuscripten van het Nieuwe Testament waarvan 5.664 in het Grieks, 10.000 in het Latijn, de Vulgaatmanuscripten en 9.284 in andere talen. Het gaat totaal zelfs om elf verschillende talen. Ze zijn niet allemaal heel oud, 230 manuscripten zijn van voor de 7e eeuw, dus voor de Koran. We richten ons vooral op deze 230 manuscripten.

F.F. Bruce besteedt zijn hele carrière aan die 230 manuscripten die het dichtst bij de gebeurtenissen staan en het meest gezaghebbend zijn. Als je die 230 manuscripten bekijkt, zie je een enorme hoeveelheid corroboratie. We hebben het over de John Rylands papyrus uit Manchester. Dat zijn fragmenten van het Bijbelboek Johannes uit de 2e eeuw. Ook hebben we het dan over de Bodmer papyrus uit Zwitserland, wat eveneens fragmenten van Johannes uit de 2e eeuw zijn. In Ierland in Dublin vind je de Chester Beatty Papyrus met gedeelten, en soms hele grote gedeelten, van de vier Evangeliën, de Handelingenbrief en het boek Openbaring uit de derde eeuw.

Jay Smith wil ons wat manuscripten laten zien die we hier in Londen hebben. Die zijn het interessantst. Laten we met hem naar de Britse Bibliotheek gaan, naar de Ritblat-zaal, een belangrijke plaats. De Britse Bibliotheek bevat een schat aan oude manuscripten waaronder de Bijbel. Laten we kijken wat we in de Ritblat-zaal aantreffen.

Wordt vervolgd.

Sasan Tavassoli meldt ons weer dat onze tijd erop zit, maar hij belooft dat we onze discussie voortzetten in de volgende aflevering. Tot dan!

Info: Schreeuw om Leven  -  Woonbijbel

 

Laat uw reactie achter