Pro Life
You can click at the top right on "Select Language" to select your language - U kunt rechtsboven klikken op "Select Language" voor uw eigen taal
< Terug

DO014 De Bijbel, hoe oordeelt de geschiedenis erover. - Aflevering 02: Genesis: Ur, Sodom en Gomorra.

De Bijbel, het belangrijkste en populairste boek uit de menselijke geschiedenis. Essentieel in het judaïsme, christendom en de islam. Is het betrouwbaar? Vertrouwt u het en zou u het moeten vertrouwen? Doe mee met deze rondleiding door het Brits Museum en de Britse Bibliotheek met Sasan Tavassoli en Jay Smith in "De Bijbel, hoe oordeelt de geschiedenis erover". Aflevering 2: Genesis: Ur, Sodom en Gomorra.

Introductie

Onze gastheer Dr. Sasan Tavassoli heet ons in deze tweede aflevering over de betrouwbaarheid van de Bijbel welkom, staande op een balustrade in de prachtige Westminster Chapel in het hartje van Londen. De serie is geproduceerd door ‘222 Ministries International’, bedoeld voor evangelisatie in Iran, maar nu beschikbaar voor een breder publiek. De reacties zijn bijzonder positief en Dr. Tavassoli hoopt dat deze serie ook voor ons als kijkers tot zegen zal zijn. Voor deze tweede aflevering vroeg Dr. Tavassoli weer zijn vriend Prof. Jay Smith om ons rond te leiden door het Brits Museum. Als christelijk wetenschapper is Jay Smith gespecialiseerd in de islam. Hij heeft diverse titels in de theologie en discussieert met islamitische topgeleerden. Als gids leidde hij een aantal jaren ook allerlei groepen rond door het Brits Museum. De ideale man dus om ons weer rond te leiden en de vragen te stellen die ons bezig houden. Veel mensen, waaronder moslims zetten vraagtekens bij de betrouwbaarheid van de historische verslagen uit de Bijbel. Kunnen we de Bijbel echt vertrouwen? Zijn het geen sprookjes en mythen? Of is hij gebaseerd op historische feiten en zijn er bewijzen voor? Het bijzondere is dat in het Brits Museum en in de Britse Bibliotheek deze historische feiten voor ons toegankelijk zijn. Deze bevestigen en ondersteunen de Bijbelse verslagen zonder meer. We reizen door diverse historische perioden in het Brits Museum en bekijken manuscripten in de Britse Bibliotheek. Net zoals bij aflevering 1, zullen Dr. Tavassoli en Prof. Smith na de tijd in de Westminster Chapel verder discussiëren en uitweiden over kwesties, die ze in het Brits Museum aankaartten. Dr. Tavassoli drukt ons op het hart deze belangrijke, historische rondleiding niet te missen. Hij hoopt dat deze serie ons vertrouwen zal bevestigen in de historische betrouwbaarheid van de Bijbel. De Bijbel is het Woord van God. Hij leert ons de waarheid over het geestelijke, maar vertelt ons ook de waarheid over de geschiedenis. Archeologie is een geweldige bevestiging daarvan.

Dr. Tavassoli hoopt dat we deze serie zullen bekijken.

Het auteurschap van Genesis en de rest van de Pentateuch, de Thora

Tavassoli en Smith beginnen deze aflevering met een vraaggesprek in Westmister Chapel. Tavassoli bevraagt Smith over het auteurschap van Genesis en de rest van de Pentateuch. Traditioneel wordt de Pentateuch (de eerste vijf boeken van de Bijbel) door christenen en Joden aan Mozes toegeschreven. Maar kritische geleerden zetten daar veel vraagtekens bij. Wat kan Jay Smith daar als christen over zeggen?

Prof. Smith is van mening dat deze vraag meteen aangepakt moet worden: Kunnen we het auteurschap van Mozes, rond 1400 voor Christus, vertrouwen?

Kon Mozes wel schrijven?

In de 19e en zelfs in de vroege 20e eeuw, vroeg men zich af of het schrift zo vroeg in de geschiedenis bestond. Men speculeerde er een tijdje over dat Mozes in 1400 v.Chr. nooit zoiets hoogstaands geschreven zou kunnen hebben als de Pentateuch, de eerste vijf boeken van de Bijbel.

Maar sindsdien vonden we veel nieuw materiaal, met name in Iran en in het gebied rond de Eufraat en de Tigris. We hebben een heel genre aan diverse kleitabletten die stammen uit de tijd lang voor Mozes, zoals de Ebla-kleitabletten uit 2300 v.Chr. We hebben bijvoorbeeld ook de Mari- en de Nuzi-kleitabletten uit hetzelfde gebied als Abraham, die kort na Abraham geschreven zijn. Verder zijn er de Amarna-kleitabletten, afkomstig uit Egypte, waar Mozes opgroeide, geschreven in dezelfde tijd als Mozes.

Er bestaan dus veel geschriften uit de tijd lang voor Mozes. Niemand vraagt zich meer af of het schrift toen al bestond. Maar wij moeten zulke dingen weten zodat we erop kunnen vertrouwen dat Mozes dit kon hebben geschreven.

Mozes groeide op aan het hof van Farao. Hij leerde lezen en schrijven. Hij was een geleerde. Hij ontving de beste scholing uit de hele beschaving van die tijd. Het lijdt geen twijfel dat Mozes, die opgroeide aan het hof uitstekend kon lezen en schrijven.

Vraag naar betrouwbaarheid vanwege gebrek aan bewijs

Maar Tavassoli vraagt door. Hij wijst erop dat veel critici benadrukken dat er zoveel historische gebeurtenissen en steden genoemd worden in de Pentateuch, zoveel belangrijke universele gebeurtenissen, maar dat er in andere geschriften niet verwezen wordt naar deze gebeurtenissen en steden. Wat is hierop te antwoorden? Welke andere bewijzen hebben we?

Smith zegt dat er veel kritiek wordt geleverd op met name Genesis, waar gesproken wordt over deze universele gebeurtenissen, zoals de zondvloed en de schepping en de verwijzing naar steden als Sodom en Gomorra. In andere historische verslagen wordt niet over die steden gesproken.

Herodotus, de grote historicus, vertelt ons het meeste over de geschiedenis van dit gebied door de eeuwen heen, maar noemt Sodom en Gomorra niet, hoewel hij wel andere steden noemt die in Genesis staan. Hoe zit dat?

Maar Smith wijst ons op iets anders. De stad Ur bijvoorbeeld, werd ook altijd in twijfel getrokken. Nergens was te lezen over de stad Ur, waar Abraham vandaan kwam. De stad Khorsabad, die Sargon II bouwde, werd ook altijd in twijfel getrokken omdat er niets van was overgeleverd. Ook over de Chorieten, of Hethieten was alleen het Bijbelse verslag beschikbaar.

Verder waren er geen historische verslagen. Toen die vragen kwamen zeiden de Bijbelgeleerden eerlijk dat ze geen bewijzen hadden behalve de Bijbel. Maar in vertrouwen vroegen ze om tijd, want ze wisten dat ze gevonden zouden worden. Bijbelgeleerden wezen op de mogelijkheid dat verslagen en benodigd materiaal over deze steden en volken gevonden kunnen worden. Ze vroegen om geduld. Als mensen sceptisch zijn, zegt Smith dat ook.

De Bijbel bestaat al vanaf 3400 jaar geleden. De historici, archeologen en onderzoekers moeten blijven graven. Hoe meer ze graven des te meer zullen ze vinden. Hoe meer ze vinden des te meer blijkt dat wij ‘schijnen’, dat is dat de Bijbel gelijk blijkt te hebben. Dat is geweldig, want de onderzoekers reproduceren zo onze geschiedenis voor ons. Zij voorzien in de bewijzen dat de Bijbel gelijk heeft. Ze komen met stenen en met allerlei kunstvoorwerpen uit de bodem.

De inmiddels gevonden Ebla-, de Nuzi- en de Mari-kleitabletten spreken bijvoorbeeld over de Hethieten die 1000 jaar hebben geleefd. We kennen nu hun hele beschaving. Het Brits Museum heeft een kamer gewijd juist aan dit volk.

Ook zullen we daar dingen ontdekken over de stad Ur. We kunnen daar (resten van) de stad Ur bekijken. Laten we naar het Brits Museum gaan en kunstvoorwerpen bekijken die daar te bezichtigen zijn, zoals de ram die eet van een struik en ook de Standaard van Ur. Deze kunstvoorwerpen zijn uit 2600 v.Chr, dat is 600 tot 700 jaar voordat Abraham bestond, afkomstig uit de stad waar hij woonde. Deze kunstvoorwerpen zijn er. Ze zijn gevonden. Er is zelfs een hele kamer gewijd aan Ur. Laten we Tavassoli en Smith volgen en er heen gaan en de vraag over de betrouwbaarheid van Genesis beantwoorden.

Op pad naar kamer 56 in het Brits Museum: de stad Ur

Men trok het bestaan van Ur altijd in twijfel. Nu hebben we de bewijzen. De meeste kunstvoorwerpen uit deze kamer hier komen uit Ur. We hebben hier de 'Standaard van Ur' met twee kanten. De ene kant beeldt de vrede, de andere kant beeldt de oorlog uit. Hier zien we een geit die van een struik eet. Sommigen suggereren dat dit de bron was voor het verhaal van Abraham en Izaäk. Je ziet dat het een geit is die eet van een struik. Het is gedateerd op 2600 v.Chr. Dat is 600/700 jaar voor Abraham.

Wat we echt beseffen moeten is dat de verfijning hiervan bewijst dat Abraham afkomstig was uit een zeer ontwikkelde omgeving. Dit is niet de bron voor het verhaal want het is slechts een overgebleven tafelpoot. Heel mooi gestileerd als een geit die eet van een struik.

Op grond van deze kunstvoorwerpen weten we dat de omgeving waar Abraham leefde ontwikkeld was. Toen hij Ur verliet en naar Haran in het noorden trok en vervolgens naar Kanaän in het zuiden, was dat voor hem echt een offer. Wijzend op de prachtig vormgegeven kunstvoorwerpen zegt Smith dat Abraham deze beschaving achter zich liet. Lazuursteen, goud, de prachtige dingen die in deze kamer te zien zijn. Het kwam allemaal uit Ur, een echte historische stad, met prachtige dingen, die Abraham achter zich liet toen hij naar Kanaän trok. Dat is het geloof van Abraham.

[Britse evangelicalen gaan uit van de opvatting dat Abraham kwam uit de cultuurstad Ur in het zuiden van Mesopotamië. Maar Jozua zegt in Joz. 24:14, dat de vaderen van Israël vreemde goden dienden aan de overzijde van de Rivier (=Eufraat). Ur dat werd opgegraven door Leonard Woolley, ligt aan deze (westelijke) zijde van de Eufraat. Abraham kwam daar niet vandaan, maar eerder uit de omgeving van de huidige stad Urfa, waar ook een traditie bestaat over de familie van Abraham, en waar ook de steden Nachor en Haran liggen.]

Het geloof van Abraham

Terug in de Westminster Chapel denken Tavassoli en Smith verder na over wat ze zagen in het Brits Museum.

Smith wijst op de prachtige voorwerpen uit Ur in het museum. We hebben niet alleen de 'Standaard van Ur' en de geit die van een struik eet maar ook de prachtige hoofdtooi van een vrouw, een zeer verfijnd voorwerp. We zien er de harpen die in de hoven werden gebruikt door musici tijdens hun toneelspelen en drama’s. We zien er ook een fascinerend spel dat veel weg heeft van ons damspel. We kennen de spelregels niet. En toch beschikten ze erover in 2600 v.Chr. Het spreekt allemaal van een enorme verfijning die bewijst dat er een hoogstaande beschaving was waar Abraham vandaan kwam.

In veel opzichten laat dat het geloof van Abraham zien. Hij was bereid om al die rijkdom achter zich te laten om te gaan waarheen God hem riep. Eerst naar de plaats Haran, vervolgens naar de oostkust van de Middellandse zee dat in die tijd Fenicië heette, waar later de Filistijnen woonden, dat daarna Palestina heette en tegenwoordig Israël, om als een nomade te leven, alle rijkdom achter zich latend. Dat laat niet alleen zien dat Ur bestond, maar ook hoe zeer Abraham in God geloofde.

Zowel voor Tavassoli als voor Smith is de geschiedenis van Abraham een bewijs van het geloof van deze man. Een geloof dat hen zeer bemoedigt.

Andere ‘vermiste’ steden

Jay Smith wijst erop dat er nog andere dingen zijn waar de sceptici bezwaar tegen maken en niet zonder reden. Vooral Genesis is altijd een moeilijk boek geweest omdat het melding maakt van zoveel enorme gebeurtenissen die bevestigd moeten worden uit andere bronnen willen ze door sceptici geaccepteerd worden.

Ur stond altijd bovenaan die lijst. Maar de hele stad is nu ontdekt. Er zijn veel kunstvoorwerpen gevonden die in veel musea te bezichtigen zijn. Een paar daarvan zagen we in het Brits Museum. Later zullen we zien dat de grote ziggoerat in Ur in de 6e eeuw v.Chr. herbouwd werd door Nabonidus. Er is een kleine cilinder gevonden daar, die een heel mysterie oplost. Smith vertelt nog niet over dit mysterie, want dat is voor een andere aflevering.

Het is wel belangrijk, want het maakt ons enthousiast. Kleine specifieke dingen, zoals deze kleine cilinder uit Ur. We moesten eerst Ur vinden om de cilinder te kunnen vinden om zo een mysterie op te kunnen lossen, waarover we later zullen horen in deze afleveringen.

Maar eerst terug naar Genesis. Er worden ook andere steden genoemd in Genesis, zoals Sodom en Gomorra. Die werden altijd in twijfel getrokken omdat een belangrijke historicus als Herodotus er nooit over schreef en er in geen enkele andere kroniek over werd geschreven.

Maar dat is ook logisch, want Sodom en Gomorra werden vernietigd in de tijd van Abraham. Abraham leefde in ongeveer in 2000 of 1900 v.Chr. Die periode moeten we aan denken. Herodotus schreef pas ongeveer in 400 v.Chr. Het is dus logisch dat hij niets over die steden geweten kon hebben.

Maar dat rechtvaardigt de vraag hoe Mozes deze steden dan kon kennen!

Hij schreef in 1400 v.Chr. Hoe kon hij van Sodom en Gomorra geweten hebben? Toch verwijst hij in Genesis 14 naar Sodom en Gomorra. We zien dat God Zelf aan Abraham verscheen voor zijn tent in Mamre en dat Hij met Abraham sprak toen de twee engelen naar Sodom en Gomorra gingen om de steden te vernietigen. God, Jahweh – en later zullen we zien dat die naam ook genoemd wordt op een klein kleitablet uit de zesde eeuw v.Chr. uit de tijd van Nebukadnessar – God was daar. Hij sprak met Abraham over die twee steden. In Genesis 14:8 worden beide steden genoemd.

Geleerden vroegen zich altijd af, toen deze steden alleen nog vanuit de Bijbel bekend waren, of deze steden, die een unieke plaats hebben in de Bijbel, mythologisch waren. Bestonden deze steden echt? In eerste instantie lijkt dit natuurlijk een probleem omdat er nergens anders melding van werd gemaakt. Ja, ze werden vernietigd. Dat verklaart waarom Herodotus er niet over schreef. Maar als die steden zo belangrijk waren, moet iemand ervan geweten hebben.

De rol van kleitabletten

In de vorige eeuw deden de archeologen opgravingen in Syrië. Zoals hun gewoonte was, zochten ze naar ruïneheuvels in de woestijn. Deze ruïneheuvels kunnen er namelijk op wijzen dat er steden onder liggen of één stad, die steeds opnieuw herbouwd is. De archeologen noemen zoiets een tell. Ze vonden er één in Syrië en gaven die ruïneheuvel de naam Tell Mardikh. Ze groeven door de verschillende lagen en kwamen bij de periode van 2300 v.Chr. Dat is ruwweg 300, 400 jaar voor Abraham. In die laag vonden ze een kamer waarvan het dak was ingestort. Op de vloer van die kamer lagen 14.000 kleitabletten. (De Ebla-kleitabletten) Ze lijken op de Amarna-kleitabletten die we in het Brits Museum zagen. Deze komen later in de aflevering nog ter sprake als we met Tavassoli en Smith weer in het museum zijn.

Waarom zijn deze tabletten zo geweldig?

Ze zijn gemaakt van klei dat werd gebakken nadat het beschreven was. Op klei kan natuurlijk makkelijk geschreven worden. In 2300 v.Chr. gebruikte men het spijkerschrift. Het spijkerschrift was de internationale taal, zoals later het Grieks en tegenwoordig het Engels. De reden dat die taal werd gebruikt in 3000 v.Chr. was de eenvoud ervan. Rond 2000 v.Chr. – en we komen bij de periode van Abraham en de Ebla-tabletten – hadden ze een alfabet gemaakt dat uit zo'n 300 letters bestond. Dat schrift werd verder vereenvoudigd en rond 1000 v.Chr. in de tijd van David en Salomo, bestond het nog maar uit 22 letters. Dat was zo eenvoudig, dat de hele wereld het gebruikte.

Laten we terugkeren naar 2300 v.Chr. Ze vonden er 14.000 kleitabletten allemaal geschreven in het spijkerschrift. Tijdens het ontcijferen en vertalen stuitten ze op één kleitablet dat over vijf steden sprak. Sodom, Gomorra, Adama, Seboim en Soar. Vijf steden, vermeld in een lijst op dit kleitablet. Op het tablet werd gewoon gesproken over vijf handelssteden, maar voor ons is het de eerste verwijzing buiten de Bijbel naar Sodom en Gomorra. De archeologen waren dolblij. Nu konden ze afdoende bewijzen dat Sodom en Gomorra bestonden. Ze lagen aan de handelsroute die gebruikt werd in 2300 v.Chr., 300 jaar voor Abraham.

De Bijbelse link

De Bijbelse geleerden waren extra enthousiast vanwege de volgorde op het tablet: Sodom, Gomorra, Adama, Seboim, Soar. Dit is exact dezelfde volgorde als in Genesis 14: 8. Dat lijkt erop te wijzen dat er een reden is voor die volgorde.

De 5 grote steden van de tegenwoordige Levant worden altijd in een bepaalde volgorde gebruikt: Basra, Bagdad, Damascus, Jeruzalem, Caïro. We volgen daarmee de lijn van de route, waarbij Smith met zijn arm de vruchtbare halve maan van oost naar west doorloopt, van het stroomdal van de Eufraat en Tigris naar de kust aan de Middellandse Zee. Daarom gebruiken we die volgorde als we deze steden noemen.

Hetzelfde gebeurt op dit kleitablet. Er werd verwezen naar een handelsroute waar deze steden aan lagen. Startend van Sodom, naar Gomorra, naar Adama, naar Seboim en tenslotte naar Soar, suggereert dit dat er een lijn op een landkaart werd gevolgd. Dat wekt dus de indruk van een logische lijn. De archeologen volgden die lijn terug. We weten nu waar Adama is, waar Seboim is, waar Soar is. Deze drie steden zijn welbekend. Er wordt vaak naar verwezen. Herodotus spreekt er ook over. We zien dat ze op één lijn liggen. Maar plaats je Sodom en Gomorra vóór die steden dan kom je bij de Dode Zee terecht.

Nu begrijpen we waarom er zo weinig verwijzingen zijn naar deze steden en we geen bewijzen van hun verwoesting hebben. Ze liggen onder water. Bedenk dat de Dode Zee door de eeuwen heen steeds groter gegroeid is en zo mogelijk de restanten en het puin van deze steden overspoeld heeft. Zo grondig is het bedekt, dat we geen enkel bewijs hebben. Maar als de Dode Zee eenmaal is gereduceerd, bijvoorbeeld door alle irrigatie in de Jordaanvallei, dan zullen we volgens Smith vast de bewijzen van Sodom en Gomorra vinden.

Als Bijbels historicus maakt dat Jay Smith enthousiast. Zo maakt het hem duidelijk dat Sodom en Gomorra echt bestaan hebben. Niemand twijfelt daar nog aan. Dat Abraham sprak voor zijn tent in Mamre met God en dat de twee engelen vooruit gingen om de twee goddeloze steden te vernietigen, kan nu in een reële historische context geplaatst worden. Sodom en Gomorra zijn een historisch feit en geen Bijbelse beeldspraak of mythologie. De Bijbel zei dit al 3400 jaar geleden.

De details van Mozes over Sodom en Gomorra

Maar, wacht even, hoe kon Mozes dan geweten hebben over de twee steden?

Hoe wist hij ze in de juiste volgorde te zetten als ze al 400 jaar voor zijn geboorte vernietigd waren? Het maakt Prof. Smith enthousiast dat, hoewel Mozes die steden niet gezien kon hebben, hij ze toch in de juiste volgorde kon noemen. De conclusie is helder: of Mozes wist dit door een heel goede mondelinge overlevering (wat Jay Smith betwijfelt), of het kwam vanwege een goddelijke openbaring aan Mozes. Laten we als kijkers van deze aflevering zelf beslissen!

Is het voor te stellen dat christenen zoals Tavassoli en Smith bemoedigd worden door deze bijzondere ontwikkelingen? Mozes was zó specifiek wat de volgorde van deze steden betreft, terwijl de handelsroute waaraan deze steden in volgorde lagen, allang niet meer bestond in zijn tijd, 1400 v.Chr. Als Mozes op dit bijzondere punt te vertrouwen is, wat zijn verslag van het verre verleden betreft, met alle details eromheen, dan geeft dat vertrouwen voor alles wat hij schrijft. Denk aan wat hij over God zegt, dat het inderdaad God Zelf was die bij Abraham kwam, dat het God Zelf was die hij ontmoette op de berg Sinaï en dat hij God persoonlijk heeft gezien.

Bevestiging door bewijzen buiten de Bijbel geeft Prof. Smith een enorme hoeveelheid vertrouwen in de Bijbelse tekst maar ook een enorme hoeveelheid trots omdat zijn Bijbel het bij het rechte eind heeft!

Nog meer details als antwoord op de opkomende Bijbelkritiek

Dr. Sasan Tavassoli vraagt Prof. Jay Smith verder te gaan met andere bewijzen voor het Genesis-verslag die de details van dit verslag bevestigen.

Smith vat samen wat hij tot nu toe opsomde: we spraken over Mozes, over Ur, en over Sodom en Gomorra. Laten we terugkeren naar de periode van Abraham, 1900 of 2000 v.Chr.

Bijbelcritici begonnen zich af te vragen of het verslag over Abraham betrouwbaar was. Ze waren kritisch of twijfelden, omdat Mozes zoveel jaar later leefde dan de periode waarover hij schreef. Ze vroegen zich dus ook af of Mozes wel kon schrijven. Bijbelcritici denken dat het grootste deel van de Pentateuch in 500 tot 600 v.Chr. geschreven moet zijn. Het materiaal van de Pentateuch werd dan achteraf geschreven en geredigeerd. Redigeren betekent hier dat schrijvers uit 500 tot 600 v.Chr. net deden alsof hun tekst geschreven was in bijvoorbeeld 1400 v.Chr., de tijd van Mozes. Wie er ook schreef in 500 v.Chr. moet dan dus precies geweten hebben wat er gebeurd was in 1400 v.Chr., bijna 2000 jaar eerder!

Prof. Smith kan zo’n theorie echt niet begrijpen. Hoe kan iemand uit 500 v.Chr. precies weten wat er gebeurde in 1400 v.Chr. laat staan in 2000 v.Chr., de tijd van Abraham waar Mozes ook over schrijft? Ook dit maakt weer enthousiast, zegt Smith. Hij wil er graag van uitgaan dat historici gelijk hebben, maar in dit geval is het erg onwaarschijnlijk.

Kijk maar eens hoe specifiek het verhaal over Abraham is. Er komen veel gewoontes in voor. We zien veel dingen gebeuren binnen de familie van Abraham, zoals het feit dat Abraham geen kind kon krijgen bij Sara, waarop Sara hem haar slavin Hagar geeft om bij haar Ismaël te verwekken. We zien allerlei gebruiken in het verhaal van Rachel en Lea, van Isaak en Ismaël. Die gebruiken zijn erg specifiek.

Een eeuw geleden konden we deze specifieke gebruiken nog niet bevestigen of aanvechten. Maar toen werden er twee nieuwe series kleitabletten gevonden, de Mari- en de Nuzi-kleitabletten. Deze werden niet gevonden in Syrië, zoals de Ebla-tabletten, maar verderop in de Eufraatvallei. Deze tabletten komen allebei uit dezelfde omgeving waar Abraham vandaan kwam en uit dezelfde tijdsperiode.

De Nuzi-tabletten waren geschreven in een stad genaamd Nuzi, dichtbij het huidige Bagdad, de andere tabletten in Mari, meer naar het westen, maar beiden uit hetzelfde gebied dichtbij Ur. Ze voorzagen in een venster op deze tijdsperiode.

De Nuzi-tabletten dateren van 1600 v.Chr. tot 1350 v.Chr. Abraham leefde in 1900/2000 v.Chr.  Dus zo'n 400/500 jaar na Abraham. Rond de tijdsperiode waarin Abraham leefde. Deze tabletten zijn fascinerend om te bestuderen.

De Mari-tabletten

Laten we eerst de Mari-tabletten nemen, die meer naar het westen gevonden werden. De Mari-tabletten geven ons diverse namen, zoals Arjok en we weten dat het om koning Arjok (Arriyuk / Arioch) gaat uit Genesis 14. De namen Nachor en Haran stonden erop: de twee steden die vermeld staan in Genesis 24:10. Ook de naam Benjamin stond erop en een bepaald volk genaamd de Habiroe. Over dat volk heeft Smith het later nog speciaal als we kijken naar de Amarna-kleitabletten uit Egypte.

De Nuzi-tabletten

De Nuzi-tabletten vertellen ons nog meer. Deze tabletten komen uit de stad Nuzi. Het gaat om 2200 tabletten. Deze tabletten zijn heel specifiek. Er wordt gesproken over gewoonten. Ik noem er een paar. Je zult zien dat ze exact overeenkomen met de Bijbel.

Volgens de Nuzi-tabletten gaf bijvoorbeeld een onvruchtbare vrouw een dienstmaagd aan haar echtgenoot. Dat zien we in het verhaal van Sara en Hagar in Genesis 16:3.

Een bruid werd gekozen voor de zoon door de vader. Dat zien we in het verhaal van Rebekka in Genesis.

De vader ontving een bruidsschat. Of er werd gewerkt om de bruidsschat af te betalen. Het verhaal van Izaäk en van Jakob.

Er is een onveranderlijke gesproken wil van de vader. Het verhaal van Izaäk.

Een vader geeft zijn dochter een slavin. De verhalen van Lea en Rachel.

Er staat de doodstraf op het stelen van een godenbeeldje, zoals we lezen in de geschiedenis van Jakob in Genesis 31:19.

Hier zien we specifieke Bijbelse gewoonten die worden bevestigd door de Nuzi-tabletten! Laten we hier eens over nadenken. Kijk hoe specifiek de gewoonten zijn op de Nuzi-tabletten en hoe ze exact overeen komen met Genesis over de patriarchale periode in 1900 v.Chr. Als iemand dit geschreven zou hebben in 500 v.Chr., toen geen van deze gewoonten meer bestonden, laat staan bekend waren, hoe kan het dan zo specifiek beschreven zijn? Dit kan niet, tenzij de schrijver erbij was.

Dus maakt het duidelijk dat degene die het verhaal van Abraham in Genesis geschreven heeft, kennis moest hebben van de gewoonten uit Abrahams tijd, of er een ooggetuige van moest zijn. We weten dat Abraham Genesis niet geschreven heeft. Dat deed Mozes. Niet in 1900/2000 v.Chr. maar in 1400 v.Chr.

Hoe kon Mozes deze gewoonten zo precies kennen?

Antwoord aan de sceptici

Zoiets geeft een enorme waardering voor de nauwkeurigheid van de Bijbel en het laat zien dat God alles te maken heeft met het schrijven ervan. Mozes kon niet zo’n nauwkeurige kennis hebben van deze gewoonten. God liet dit opschrijven, wetende dat men zich dit zou afvragen in onze tijd, wetende hoe sceptisch en kritisch wij zouden zijn over de nauwkeurigheid van de Bijbel. Hij liet dit optekenen zodat we nu beseffen dat de Bijbel zeer nauwkeurig is en dat God alles geïnspireerd heeft. Het was God die Mozes vertelde wat er gebeurde in de patriarchale periode. Mozes kon het precies beschrijven, terwijl deze gewoonten er in zijn tijd niet waren. Vergeet niet dat hij niet in de vallei van Mesopotamië woonde. Hij woonde in Egypte. Hij kon dit niet weten. Toch kon hij alles opschrijven. Dat bewijst dat God hem inspireerde zodat wij er vandaag een verslag van hebben.

“Nu is er een antwoord voor de sceptici”, besluit Prof. Smith enthousiast. Dit is niet verzonnen niet door Jay Smith, niet door Sasan Tavassoli, niet door de kijkers van deze afleveringen en ook niet door iemand uit 500 v.Chr. Dit is echt gebeurd. Zo nauwkeurig is de Bijbel.

[Noot: De hypothese dat God het boek Genesis aan Mozes in detail geopenbaard zou hebben wordt weliswaar in sommige orthodoxe kringen nog aangehangen, maar is in feite een schoolvoorbeeld van het verschijnsel van ‘the God of the gaps’: we hebben een gat dat we niet kunnen vullen, dan halen we God erbij om de lacune op te vullen. Maar er is in dit geval een uitstekende oplossing, nl. de tablettentheorie van vader P.J. en zoon D.J. Wiseman, resp. amateur- en vak-archeoloog. Zij vonden dat Genesis bestaat uit een reeks kleitabletten, afgesloten met de ‘toledoth’-formule, en geschreven door de aartsvaders, die in die formule worden genoemd, nl. Adam, Noach, Noachs drie zonen, Sem, Terach, Izaäk en Jacob. Mozes was kennelijk in het bezit van die tabletten gekomen, en heeft die als basismateriaal voor het boek Genesis gebruikt. Jammer dat de beide geleerden deze opvatting niet kennen. Zij lost een massa problemen rond Genesis op. Zie de online versie van Wisemans boek op http://www.oude-wereld.nl/diversen, download ‘Wiseman Ontdekkingen over Genesis 1960.pdf’.]

Het herinnert Tavassoli aan de uitspraak dat er vaak meer geloof nodig is om het niet te geloven dan om het wel te geloven. Er is meer geloof nodig om te geloven dat iemand uit 500 v.Chr. alles zo nauwkeurig kon beschrijven, dan dat een ooggetuige zorgde voor het Bijbelse verslag!

Deze aflevering zit erop en Tavassoli nodigt ons uit voor de volgende keer.

Info: Schreeuw om Leven  -  Woonbijbel

DO013 1. Genesis en de rol van de geschiedenis - 28 minuten
DO014 2. Genesis: Ur, Sodom en Gomorra – 28 minuten
DO015 3. De Hittieten, de tijd van David en Assyrische periode – 28 minuten
DO016 4. Koningen en Jesaja – 27 minuten
DO017 5. De Babylonische en Perzische periodes – 25.30 minute
DO018 6. De manuscripten van het Nieuwe Testament – 28.30 minuten
DO019 7. De Britse bibliotheek en de Bijbel – 29 minuten
DO020 8. Bewijs van de Koran – 38 minuten
DO021 9. Bewijs in de Koran zelf, deel 1 – 29 minuten
DO022 10. Bewijs in de Koran zelf, deel 2 – 30 minuten
DO023 11. Boeken in de canon van de Bijbel – 29 minuten
DO024 12. Jezus en Paulus – 28.30 minuten


Laat uw reactie achter