Pro Life
You can click at the top right on "Select Language" to select your language - U kunt rechtsboven klikken op "Select Language" voor uw eigen taal
< Terug

DO013 De Bijbel. Hoe oordeelt de geschiedenis erover - Aflevering 01: Genesis en de rol van de geschiedenis.

Inleiding door Bert Dorenbos

Welkom bij deze serie uitzendingen over de betrouwbaarheid van de Bijbel. Dit is de eerste aflevering van een serie van elf die op Brink TV uitgezonden wordt. Voor deze eerste aflevering houdt Bert Dorenbos (www.woonbijbel.nl) een inleiding. Hij heeft ons hiervoor meegenomen naar het prachtige museum Catharijneconvent in Utrecht. Daar is een tentoonstelling te zien van meesterwerken uit de Bijbelse schilderkunst. Hij toont ons een groot schilderij uit het begin van de 16e eeuw, waarop allerlei mensen te zien zijn die rondom de Tien Geboden op de twee stenen tafelen bijeen gekomen zijn. In de Bijbel staat te lezen dat de Tien Geboden door God op deze twee stenen platen geschreven zijn, zoals we in Het Bijbelboek Exodus, hoofdstuk 20 kunnen lezen. Een eerlijke kijk op jezelf leert dat je altijd schuldig staat tegenover deze tien geboden. En ook al geloof je niet dat deze geboden van God komen, als je doet wat hier staat, dan gaat het eigenlijk wel goed met jou en met de samenleving. De film die Bert Dorenbos inleidt, is opgenomen in het British Museum in Londen, waar we door Dr. Jay Smith en Dr. Sasan Tavassoli rondgeleid worden. Voor onze vraagstelling naar de betrouwbaarheid van de Bijbel is het British Museum ideaal, omdat daar allerlei archeologische stukken van oude culturen uit het hele Midden-Oosten gebied te bestuderen zijn. De Bijbel spreekt ook over deze culturen en wat de Bijbel daarover zegt is te controleren aan de hand van wat in het prachtige museum in Londen te vinden is. Een studiereis met deze beide mannen door het British Museum levert het ene na het andere bewijs dat de Bijbel ook archeologisch gewoon waar is. U zult het zien! Het is opzienbarend. Nu heeft de Bijbel de archeologie niet nodig om waar te zijn. De Bijbel bewijst zichzelf. Maar de kracht van de Bijbel zit juist ook in de historische betrouwbaarheid. Nu velen de boodschap van de Bijbel willen mythologiseren en daarmee ongrijpbaar maken, is het heel waardevol dat deze mensen weerlegd kunnen worden aan de hand van de archeologische bewijsstukken zoals ze in Londen te vinden zijn. Wat hebben we immers aan wijze lessen uit het zondvloedverslag als deze niet werkelijk plaatsvond? Of wat hebben we aan God als Schepper, als Hij dat niet daadwerkelijk is? Vanaf het begin van de schepping tot op vandaag zijn er ontelbaar veel mensen geweest die de Bijbelse geschiedenissen schilderden en verbeeldden, zoals hier in Museum Catharijneconvent in Utrecht te zien is, mensen die daardoor geraakt werden en daarom hun levens radicaal veranderden ten goede. Ook ons eigen land is zo doordrenkt van de Bijbelse basis door de eeuwen heen. Willem van Oranje werd juist voor deze vrijheid van geloof en beleving in 1584 vermoord. Vandaar dat het goed is om thuis te zijn in de Bijbel om het waarom van het verleden en de motivatie van het heden te begrijpen. Met Brink TV willen we met elf programma’s helpen om ook zelf als kijker de Bijbel ter hand te nemen om zo na te trekken wat wij in de afleveringen vanuit Bijbel en archeologie laten zien. Zelfs als u het niet wilt geloven, is het toch goed om het in ieder geval zelf na te kunnen trekken. Als u dat doet, zult u een geheim ontdekken. U leest namelijk de Bijbel niet, maar de Bijbel leest u! Pas dus op met wat u doet. Er zijn zo al miljoenen mensen gegrepen door de Bijbel. De Bijbel is dan ook een zeer interessant en vooral ook eerlijk boek. Goed en slecht in de mens komen beide open en bloot aan de orde. Maar ook is er steeds die oproep om toch vooral de goede kant te kiezen. We kunnen dus nooit God de schuld geven als we het zelf niet hebben willen lezen en doen. Bert Dorenbos besluit met de oproep dat de Bijbel de redding is voor Nederland, voor iedereen en ook voor u. God is in staat om het hart van mensen naar Hem toe te keren. Dat gunnen de mensen achter dit programma alle mensen. Daarom maken ze deze programma’s, zenden ze deze uit en zijn ze er zo enthousiast over!

De Bijbel, het belangrijkste en populairste boek uit de menselijke geschiedenis. Essentieel in het judaïsme, christendom en de islam. Is het betrouwbaar? Vertrouwt u het en zou u het moeten vertrouwen? Doe mee met deze rondleiding door het Brits Museum en de Britse Bibliotheek met Sasan Tavassoli en Jay Smith in "De Bijbel, hoe oordeelt de geschiedenis erover", Aflevering 1: Genesis en de rol van de geschiedenis.

Introductie

Dr. Sasan Tavassoli, Iraans christen, predikant en voormalig moslim staat voor het beroemde Brits Museum in het centrum van Londen als hij ons als gastheer van deze serie welkom heet. De serie is geproduceerd door ‘222 Ministries International’ en was in eerste instantie bedoelt voor evangelisatie in Iran. Maar al snel werd duidelijk dat er ook behoefte was aan een Engelse versie die beschikbaar moest zijn voor een breder publiek. Tavassoli gaat met wat Iraanse studenten onder leiding van prof. Jay Smith op stap door het museum. Het is een opzienbarende ontdekkingstocht. Jay Smith laat het belang van archeologie voor de Bijbel zien. Als christelijk wetenschapper is Jay Smith gespecialiseerd in de islam. Hij discussieert met islamitische geleerden en leidt christenen rond in het Brits Museum en de Britse Bibliotheek om de betrouwbaarheid van de Bijbel aan te tonen. Aan de hand van voorwerpen, monumenten en documenten is een spoor te volgen door diverse historische perioden waar ook de Bijbel over spreekt. Tavassoli en Smith bediscussiëren in de Westminster Chapel na elke rondleiding de getoonde en besproken kwesties. U kunt als kijker meedoen. We nodigen u dan ook uit deze programma’s zonder vooroordelen te volgen om de historische betrouwbaarheid van de Bijbel te bevragen en te ontdekken. Er zijn duizenden archeologische ontdekkingen en vondsten die de Bijbelse verslagen bevestigen. Kom zonder vooroordelen en beslis zelf.

De eerste vraag aan Jay Smith:

Waarom zijn we hier in het Brits Museum?

Er zijn veel kritische en sceptische geleerden die zich afvragen: 'Waar komen de verhalen uit de Bijbel vandaan?' Ze geloven dat ze zijn ontleend aan andere bronnen. Als we deze verhalen bekijken, zien we dat ze gaan over mensen, plaatsen en gebeurtenissen uit het verleden. De beste manier om het gezag ervan te ontdekken, is te kijken naar deze mensen, plaatsen en gebeurtenissen en je af te vragen of ze bevestigd kunnen worden door bronnen buiten de Bijbel.

De beste plaatsen om zulke bewijzen te bestuderen, zijn plaatsen zoals het Brits Museum. Waarom? Omdat de Britten alles hebben verzameld zodat wij deze dingen kunnen bekijken en onderzoeken en conclusies kunnen trekken.

Die vraag gaan we beantwoorden: Kunnen we de Bijbel vertrouwen als het gaat om mensen, plaatsen, gebeurtenissen, tijden en kaders?

Op pad naar de oudste geschiedenis van het Oosten in Kamer 55.

Een moeilijke vraag rond de Bijbel luidt: Wanneer is het opgeschreven?

Veel geleerden en critici weten dat het oudste manuscript van het Oude Testament dateert uit 914, de Masoretische Tekst. Dat betekent dat deze brontekst zo’n 1000 jaar oud is.

Dat is het probleem als er veel oudere bronnen zijn, die dezelfde gebeurtenissen als in de Bijbel beschrijven. Hoe kunnen we dan weten of de Bijbel niet is samengesteld uit deze verschillende oudere bronnen. Bronnen die elkaar ook nog eens tegenspreken? U voelt het probleem.

Wat hebben we uit eerdere tijden?

Er zijn verhalen gevonden die overeenkomen met de Bijbelse tekst, zoals het verhaal van de schepping en de zondvloed, maar dus veel ouder zijn dan de nu oudst bekende brontekst van de Bijbel. Kunnen dit de bronnen van de verhalen uit Genesis zijn? Dat is de afgelopen 200 jaar wel de ‘beschuldiging’ geweest waardoor de waarheidsclaim van de Bijbel in diskrediet komt.

Jay Smith laat ons een van die verhalen zien. Het is een kleitablet waarop het Babylonische zondvloedverhaal staat, dat draait om de persoon Atrahasis. Het wordt het Atrahasis-epos genoemd, geschreven in 1635 v.Chr. Het spreekt over een schepping en over een zondvloed. Het komt overeen met het Bijbelse

verslag en spreekt over de schepping van man en vrouw en een zondvloed waarin ze een schip ingaan. Atrahasis neemt zijn gezin mee in het schip samen met de dieren. Als de vloed zakt, rust het schip op de berg Nisir.

Er is nog een verslag, het Gilgamesj-epos, dat geschreven werd in de 7e eeuw v.Chr. Rond 650 v.Chr. Dus zo’n 1000 jaar jonger. Ook dat verslag komt heel erg overeen.

De critici vragen zich af of dit de bronnen zijn van de Bijbelse tekst.

Als je deze verslagen echter vergelijkt met het Bijbelse verslag, zie je enorme verschillen. De overleveringen op deze kleitabletten zijn erg simplistisch. Ze lijken afkomstig uit een andere bron en bewerkingen daarvan. Ze zijn weliswaar ouder dan de Masoretische Tekst, maar dat zegt voor historici niet zoveel.

Toenemende simplificatie van antieke teksten door de tijd

Historici doen twee dingen als ze teksten gaan vergelijken. Ze kijken als eerste naar de simplificatie van een verhaal. Hier in Londen is makkelijk de stijl van deze overgeleverde verhalen na te gaan. Je kunt zien dat ze erg simpel zijn. In de Bijbel zie je die simplificatie niet. We hebben wereldwijd ruim 200 verslagen van een zondvloed gevonden in diverse culturen, waarmee we het Bijbelse verslag kunnen vergelijken.

Laten we het scheppingsverhaal eens als voorbeeld nemen. In dit verslag op deze kleitablet wordt weinig gezegd. Het is een vrij simpele tekst die zich niet leent als fundament voor andere teksten.

In het Bijbelse verslag in Genesis daarentegen zit een grote hoeveelheid theologie en het vormt het basismateriaal voor de rest van de Bijbel.

Een voorbeeld. In Genesis 2 zie je dat God bij Adam en Eva in de hof is en ook in Genesis 3:8-9 is Hij daar. Hij wandelt en praat in de avondkoelte. Dat suggereert een relatie tussen God en de mens. Er is ook een volmaakte relatie tussen de mens en de dieren. Adam geeft ze namen en er is een volmaakte relatie met zijn omgeving. Er zijn geen doornen en distels en geen barensweeën.

Maar de zonde beschadigde de relatie tussen de mens en de dieren, tussen de mens en zijn omgeving en tussen man en vrouw. Daarvoor waren ze naakt, maar nu beseften ze dat hun naaktheid gênant was. Ze moesten die bedekken.

Het ergste was echter dat de relatie tussen mens en God werd verbroken. De mens werd gescheiden van God, omdat God zo heilig is volgens Habakuk 1:13.

Hij kan de zonde niet zien. De mens kon niet meer in Gods tegenwoordigheid leven. De rest van de Bijbel borduurt verder op deze geschiedenis. Elk boek in de Bijbel voert terug naar het verslag van Genesis 2 en 3.

Een historicus vraagt zich af of dit oude kleitablet hier in deze vitrine de bron voor de andere verslagen over de schepping, inclusief de Bijbel, kan zijn.

Ja, er zijn oudere verslagen dan de oudste brontekst van de Bijbel die wij nu hebben, maar deze lijken ontleend te zijn aan een veel verfijnder verslag.

Dat kan heel goed het oorspronkelijke Hebreeuwse verslag zijn.

Verfraaiing van de hoofdpersonen

Een ander voorbeeld presenteert het tweede aspect waar historici altijd naar zoeken als ze teksten vergelijken en dat is verfraaiing.

Kijk naar de Bijbel. Moslims vragen steevast in een discussie hoe ze het Oude Testament kunnen vertrouwen. De grote Godsmannen uit het Oude Testament zijn allemaal zondige mensen. Waarom zou God zondige mensen gebruiken?

Moslims spreken echter vanuit hun eigen perspectief, want als je kijkt naar de verhalen rond de profeet Mohammed, de verhalen in Ibn Hisham, Ibn Ishaak en andere bronnen en niet alleen de verhalen over zijn biografie, die 200 jaar later in de 9e eeuw zijn geschreven van wat plaatsvond in de 7e eeuw, dan zie je dat hij wordt afgeschilderd als de beste man, minnaar, echtgenoot, strijder, enzovoorts. In elke denkbare categorie is hij de beste. Dat lijkt wel heel erg op verfraaiing.

Maar in het Oude Testament zie je dat de zonden van de hoofdrolspelers niet zijn weggelaten. De profeten zondigden allemaal. Dat bewijst dat als het afhing van mondelinge overlevering dan was die overlevering erg exact, geloofwaardig en gezaghebbend.

Daarom suggereren historici, als ze naar de Bijbel kijken, dat dit weleens het oorspronkelijke verhaal kan zijn, dat niet is opgesmukt. Want de Joden zouden in geval van verfraaiing, het leven van hun profeten zonder meer hebben verfraaid.

Precies eender is het met het Nieuwe Testament. Kijk naar de verhalen rond de discipelen van Jezus. Toen Jezus gearresteerd werd in de hof van Gethsemane, vluchtten ze allemaal weg. Petrus verloochende Jezus driemaal. Zo is er zoveel.

Denk je niet dat de eerste gemeente zulke details zou hebben verwijderd als ze aan persoonsverheerlijking zou hebben gedaan? Het was allemaal zo gênant voor de discipelen!

In mondelinge overleveringen zie je zo'n persoonsverheerlijking altijd terug. De hoofdpersoon wordt beter afgeschilderd zoals je dat ziet gebeuren in de tradities rond de profeet Mohammed. In de Bijbel gebeurt dat niet.

In beide verslagen over schepping en zondvloed, zien we die autoriteit. Ze zijn niet opgesmukt. Ze zijn zo verfijnd, dat dit waarschijnlijk de bronnen zijn voor deze oeroude verslagen in deze vitrines hier.

 

Deze tabletten uit de Oudheid zijn dus niet de bronnen van het verslag in Genesis. Er zijn zoveel argumenten dat het verslag van Genesis juist de basis vormt voor deze verhalen uit andere culturen en beschavingen.

In dit geval ligt er 1000 jaar tussen beide verslagen die beide over de zondvloed gaan, het Gilgamesj-epos en Atrahasis, 650 v.Chr. en 1635 v.Chr. In deze 1000 jaar zie je dat het simplificeren wordt voortgezet. Ze vormen duidelijk geen basis voor andere verhalen. Het Atrahasis en Gilgamesh-epos lijken genoeg op elkaar om te beseffen dat ze gebaseerd zijn op een vroegere bron en ook hier geldt dat dit heel goed de Bijbeltekst kan zijn.

Gedrag van de goden

Een opmerkelijk verschil met de Bijbel ligt ook in het gedrag van de goden zoals dat uit deze kleitabletten tot ons komt. In andere scheppingsverhalen zijn de goden soms boos op elkaar en zijn zondvloedverhalen gebaseerd op de woede van de goden. Of de goden zijn veel te speels als ze de wereld scheppen. Wat vertellen deze verhalen over God, zonde en mensen?

Dat verschil ligt er duimendik bovenop. Laten we dit verhaal over de zondvloed uit het Atrahasis-epos in deze vitrine maar eens nemen. De goden scheppen mensen zodat die op aarde kunnen werken, omdat de goden daar genoeg van hadden. Ze schiepen dus de mensen om het werk van ze over te nemen.

Maar de mensen maken daarbij erg veel kabaal. Ze ruziën voortdurend met elkaar en het gevolg is dat de goden besluiten om de mensen dwars te zitten.

Daarom scheppen ze plagen en vuur en uiteindelijk deze zondvloed.

Atrahasis werd gewaarschuwd omdat hij de favoriet was van een van de goden. Hem werd gezegd een schip te bouwen zodat hij niet om zou komen.

Alles bij elkaar een zeer onderhoudend verhaal, dat van generatie op generatie werd doorgegeven. Maar het vormt geen basis voor andere verhalen.

Het Bijbelse verslag echter zit vol met theologie en ideeën en het is de basis voor alles wat erna komt. Alle 66 boeken van de Bijbel voeren terug naar Genesis 2 en 3. Dat is het verschil. Daarom wijst alles erop dat het Bijbelse verslag de bron is.

De andere verhalen zijn ervan afgeleid en gemaakt ter vermaak en om tot op zekere hoogte een besef van de geschiedenis door te geven. “Niets meer en niets minder” besluit Jay Smith deze eerste rondleiding.

Waarom-vraag van Tavassoli aan Smith in de Westminster Chapel

Dr. Tavassoli en Prof. Smith praten met elkaar verder over wat ze in het Brits Museum gezien en gehoord hebben. Eerst stelt Tavassoli een meer filosofische vraag aan Smith. De waarom-vraag. Waarom is het eigenlijk van belang om naar historische bewijzen te kijken en naar archeologische voorwerpen? Is geloof in Gods Woord niet genoeg? Waarom kijken we naar bewijzen buiten de Bijbel om? Is dat om daarmee de Bijbel te bevestigen?

Blind vertrouwen?

Smith zegt dat dit te maken heeft met de situatie zoals we die nu in de wereld zien. Mensen kijken naar de Bijbel en naar andere geschriften, zoals de Koran, de Upanishads voor de hindoes, de Bhagavad Gita, de Veda's, als naar de geschriften die van God of van goden afkomstig beweren te zijn.

Veel uitspraken daarin zijn echter tegenstrijdig. Daarom vragen mensen zich af wie ze kunnen vertrouwen. De Bijbel maakt historische aanspraken. De Koran idem dito. Een aantal daarvan is met elkaar in strijd.

Wilde Abraham nu Izaäk of Ismaël offeren? Was het opzet om een van beiden te offeren? Stierf Jezus wel of niet aan het kruis? Die dingen zijn essentieel voor ons geloof.

Je kunt zeggen: Ik vertrouw de Bijbel, of juist de Koran, want die is voor mij gezaghebbend. Maar met zulke tegenstrijdigheden moet je verder gaan dan het geloof en naar de historische aanspraken van deze boeken kijken.

Beide boeken, zowel de Bijbel als de Koran, vertellen over Jezus Christus.

Laten we dat als voorbeeld nemen. Ze spreken elkaar tegen. Hoe kunnen we er achter komen welk boek gelijk heeft? De enige optie die we hebben, is de geschiedenis. Ze spreken over historische personen, zoals Jezus Christus. Hij leefde 2000 jaar geleden. Hij deed bepaalde dingen op aarde. Wij geloven dat Hij stierf aan het kruis. Moslims geloven dat niet, overeenkomstig Soera 4:157. Laten we daarom kijken wat de geschiedenis ons daarover vertelt. Op grond van die aanspraken moeten we naar de historische documenten kijken. En dat kan.

Dat is het mooie aan deze ontdekkingstocht door het museum waar we aan zijn begonnen. Er bestaan veel archeologische data zoals stèles, obelisken, wandreliëfs, kleitabletten die we kunnen bestuderen en die in bepaalde tijdsperioden geschreven zijn dikwijls op plaatsen die de Bijbel noemt. We kunnen deze data bestuderen en de tijdstippen en de inhoud verifiëren, om ze vervolgens te vergelijken met de Bijbel en de Koran en zo te bepalen welk boek gezaghebbend en geloofwaardig is. Dat is de motivatie achter historisch onderzoek.

Interpretatie is onontkoombaar en noodzakelijk

Het is duidelijk dat het onderzoek gepaard gaat met interpretaties. Hebben we de juiste data? Zijn de kunstvoorwerpen afkomstig van de plaatsen waar de Bijbel over spreekt? Enzovoorts. Kunnen we het Bijbelse bewijs of dat uit de Koran volledig bevestigen? Het antwoord daarop luidt: Absoluut niet.

We hebben niet genoeg documenten en voorwerpen om de juistheid van de Bijbel volledig te bewijzen. Dat heeft ook een heel simpele reden. De voorwerpen die de Bijbel beschrijft zijn maar beperkt voorhanden. Deze voorwerpen die voor ons bewaard gebleven zijn, werden voor en door rijke mensen zoals koningen gemaakt. Alleen zij konden het zich veroorloven om voorwerpen te maken die duizenden jaren zouden meegaan.

Wij hebben het over de Israëlieten, de Joden en zij waren geen rijk volk. Ze maakten dergelijke kunstvoorwerpen niet. Ze schreven voornamelijk op stukken papyrus. Deze aaneen gevoegde bladeren werden populair in Egypte en verspreidden zich wereldwijd. De rollen van papyrus gingen zo'n 200 jaar mee. Daarna werden ze droog en broos en ze vergingen. De Israëlieten schreven niet op stèles en obelisken dus kunnen we deze dingen niet bij de Joden vinden, maar wel bij de mensen rondom de Joden, die contact met ze hadden zoals de Assyriërs, de Babyloniërs, de Feniciërs en ook de Perzen.

Brits Museum geeft unieke gelegenheid

We kijken vandaag naar het materiaal buiten de Bijbel en de Koran om, om er de beschreven gebeurtenissen mee te bevestigen.

De schrijvers ervan waren niet geïnteresseerd in de Israëlieten. Ze schreven niet veel over hen. In het Brits Museum hebben we echter genoeg van zulk materiaal. Dat is zo mooi aan dit museum. Het materiaal in dit museum heeft weinig te maken met Groot-Brittannië. Het heeft te maken met de hele wereld. Het beste materiaal komt voornamelijk uit het huidige Irak en Iran. Dat was de bakermat van de beschaving. Hoofdzakelijk tussen de Eufraat en de Tigris, de Eufraat-vallei. Dat is de bakermat van veel beschavingen. Zij waren rijk. Ze lieten een nalatenschap achter die we kunnen bestuderen. Ze hadden impact op Israël, op Kanaän, op Fenicië, op de Filistijnen. En daar woonden de Israëlieten. We kunnen dat materiaal bekijken en dat gaan we ook doen.

“Dank God voor de Britten” zegt Jay Smith met een lach. Ze hebben alles gestolen en het hierheen gebracht. Daar hebben we de Britten voor veroordeeld, maar als ze niet alles onder één dak verzameld zouden hebben, dan konden wij er vandaag niet naar kijken. Op deze rondreis door het museum gaan we met Tavassoli en Smith al dat materiaal bekijken om er de filosofische waarom-vraag mee te beantwoorden.

Belang van andere zondvloedverhalen

Tavassoli stelt daarop een tweede vraag wat nu het belang is van de dingen die hier in het museum te zien zijn. Zoals de verhalen van de schepping en de zondvloed, het Atrahasis-epos en het Gilgamesj-epos.

Jay Smith legt uit dat de grootste ondersteuning ervan ligt in het feit dat het twee verschillende locaties laat zien, in dit geval Sumer, het latere Babylonië in de onderste delta van de Eufraat en de Tigris, en een locatie in de bovenloop van deze rivieren in de Eufraat-Tigris-vallei, waar het latere Assyrië lag. Je hebt dezelfde verhalen die een beetje afwijken en die lijken te wijzen op een bron van veel vroeger. In onze ogen de Bijbel, omdat het beide verhalen van schepping en zondvloed beslaat. De gelijkenis tussen de verhalen uit die twee gebieden en de gelijkenis met het Bijbelse verhaal, ofschoon uitgebreider, suggereert dat de Bijbel de bron is.

Bovendien zijn dit niet de enige plaatsen waar we ze hebben gevonden. We hebben ruim 200 zondvloedverhalen gevonden in 200 verschillende culturen wereldwijd. Dat wijst erop dat het om een universele gebeurtenis gaat. Dit gebeurde wereldwijd. Het bevestigt voor mij dat de Bijbel gelijk heeft. Wat Noach overkwam, was een wereldwijde gebeurtenis.

We hebben verhalen uit zoveel locaties, die op die gebeurtenis wijzen en die de Bijbel bevestigen. Er zijn zoveel verschillende fabels die door de eeuwen heen zijn doorgegeven aan de generaties. Ze voeren allemaal terug naar het Bijbelse verslag. Dat is een sterke historische bevestiging van de gebeurtenis waarover wij in Genesis lezen.

Wordt vervolgd

“Hopelijk was deze aflevering een zegen voor u” besluit Tavassoli. “In de volgende aflevering vervolgen wij ons gesprek. Tot ziens.”


Laat uw reactie achter